31/08/11 om 09:26 - Bijgewerkt om 09:26

Dringend gevraagd: creativiteit

Eén blik op de toestand in de wereld, Europa of België volstaat om te beseffen dat we, eufemistisch gesteld, turbulente tijden beleven. Een constante in die turbulentie is dat het beleid tekortschiet.

Dringend gevraagd: creativiteit

© EPA

Eén blik op de toestand in de wereld, Europa of België volstaat om te beseffen dat we, eufemistisch gesteld, turbulente tijden beleven. Een constante in die turbulentie is dat het beleid tekortschiet, of het nu op wereld-, Europees of Belgisch niveau is. Een vicieuze cirkel dreigt, waarbij een falend beleid de crisishaarden nog aanwakkert, en het vermogen van het beleid om de problemen aan te pakken uitgehold wordt door een verlies aan geloofwaardigheid.

Neem de jongste uitlatingen van IMF-topvrouw Christine Lagarde over een dreigende nieuwe bankencrisis in Europa. Die dreiging is inderdaad zeer reëel (zie blz. 14), maar zulke uitspraken horen uit de mond van Lagarde geeft ze een op de zenuwen werkende bijklank. Als minister van Financiën van Frankrijk, na Duitsland het belangrijkste land van de eurozone, tekende Lagarde mee voor de inhoudsloze stresstests van de Europese banken en voor een beleid die naam niet waardig ten aanzien van de eurocrisis. Nu het vermanende vingertje opsteken, brengt een mens in de verleiding als reactie de middenvinger op te steken. Maar zoiets doe je uiteraard niet naar een dame van stand.

De waarschuwing van Lagarde mist geloofwaardigheid, gegeven de verwezenlijkingen van de Française de voorbije jaren. Bovendien gaat zij in haar commentaren voorbij aan misschien wel het allerbelangrijkste onderdeel van een adequaat beleid om de acute bankenproblematiek in te dijken. Om het too big to fail-syndroom te bestrijden moet er internationaal, of toch minstens Europees, een mechanisme komen waarmee de voor het systeem belangrijke instellingen vereffend kunnen worden zonder de financiële markten en de reële economie in een diepe crisis te storten.

De installatie van zo'n resolutiemechanisme, dat trouwens al bestaat én werkt in de Verenigde Staten, is technisch niet echt een probleem. Maar het vergt van de bewindslui wel moed en creativiteit. En net die karakteristieken missen ze vandaag veelal. Het ontbreekt nochtans niet aan ideeën om het vastgeroeste en zelfs contraproductieve beleid nieuw leven in te blazen. Recentelijk leverden André Oosterlinck, voorzitter van de Associatie KU Leuven en gewezen rector van die universiteit, en Gary Becker, Nobelprijswinnaar Economie en vaandeldrager van de Chicago School, mooie voorbeeld van creatieve beleidssuggesties. Telkens staat het prijssignaal centraal.

André Oosterlinck stelt vast dat we niet te veel studenten tout court, maar wel te weinig in richtingen als ingenieur en chemie. Zijn voorstel: verminder _ of schrap desnoods _ het inschrijvingsgeld voor deze richtingen en verhoog het voor de richtingen waar maatschappelijk gezien minder behoefte aan bestaat. Zo'n prijsprikkel zal de studiekeuze zeker mee beïnvloeden. Het voorstel van Oosterlinck lokt heel wat discussie en controverse uit, maar is zeker verdedigbaar. Het onderkent de beperkte middelen waarover een maatschappij beschikt om haar doelstellingen te realiseren en moedigt het efficiënt gebruik van die middelen aan.

Een soortgelijke redenering zit achter het voorstel van Gary Becker. Hij wil de migratie beter regelen via het prijsmechanisme. Zij die willen migreren naar een land, betalen een toegangsprijs die eventueel geheel of gedeeltelijk gefinancierd kan worden via een terugbetaalbare lening. Becker merkt op dat de huidige migratiepolitiek in het beste geval chaos veroorzaakt, en meestal op pure bureaucratische willekeur berust. Het prijsmechanisme objectiveert en reflecteert de kostprijs verbonden aan migratie. Er is niks fout mee, ook vanuit moreel standpunt, dat een migrant van die prijs bewust gemaakt wordt. Het zal ook zijn/haar beslissingsproces verbeteren en objectiveren.

Bewindslui die, om welke reden ook, luid 'neen' roepen tegen voorstellen als die van André Oosterlinck en Gary Becker, zouden beter twee keer nadenken. Vele aspecten van ons onderwijs-, arbeidsmarkt- en migratiebeleid werken echt niet zoals het hoort, om van de tergende mislukkingen maar te zwijgen. Degelijk uitgewerkte en creatieve voorstellen om het beleid om te buigen en nieuw leven in te blazen, worden best ernstig genomen. Zo kunnen de bewindslui misschien alsnog hun zwaar gedeukte geloofwaardigheid weer wat opkrikken.

Onze partners