10/01/11 om 08:39 - Bijgewerkt om 08:39

De verpletterende verantwoordelijkheid van de generatie Tobback

Louis Tobback, dé éminence grise van de Vlaamse socialisten, kwam zaterdag uitgebreid aan het woord in de Gazet van Antwerpen. Naar goede gewoonte levert dit een aantal originele analyses en spitante uitspraken op. Toch zat er ook iets erg storends aan het interview.

Tobback zei het soms letterlijk, vooral dan in de richting van de CD&V die hij onverbiddellijk de zwartepiet toeschuift, maar bouwde het constant als ondertoon in: met zijn generatie van politici zou deze chaos er niet gekomen zijn. Misschien, maar deze sfeeropbouw roept onmiddellijk en nadrukkelijk een vrij fundamentele bemerking op.

Deed de generatie-Tobback het dan zoveel beter? We rekenen tot deze generatie het hele spectrum tussen de periodes van eersteministerschap van Leo Tindemans tot Guy Verhofstadt. Leo Tindemans was eerste minister van 1974 tot 1978, Guy Verhofstadt van 1999 tot 2009.

Daar tussenin hadden we in essentie regeringen geleid door Wilfried Martes en door Jean-Luc Dehaene. Neen, zo menen wij te moeten concluderen, deze generatie deed het absoluut niet beter, integendeel zelfs.

Tussen Tindemans en Verhofstadt gebeurden twee zaken. Eén: de staatschuld liep op tot boven de 100% van het bbp. Twee: een staatsstructuur werd uitgedokterd die met haken en ogen aan elkaar hangt en geldverspilling en onverantwoordelijkheidszin institutionaliseerde. De huidige generatie worstelt met deze erfenis. Het goede voorbeeld van de vorige generaties is dan ook zeer relatief.


Onze partners