31/05/13 om 10:33 - Bijgewerkt om 10:33

De schaamdweil Duitsland

Op anti-Europese protestmarsen in Athene, Lissabon, Dublin, Madrid, Rome, Parijs of Brussel komen Duitsland en zijn bewindvoerders steevast in het verdomhoekje terecht.

Op anti-Europese protestmarsen in Athene, Lissabon, Dublin, Madrid, Rome, Parijs of Brussel komen Duitsland en zijn bewindvoerders steevast in het verdomhoekje terecht.

Bondskanselier Angela Merkel met hitlersnor en in nazi- pak incluis. Ook in geciviliseerde discussies over de crisis schuiven hooggeleerde dames en heren vaak de zwartepiet van de eurocrisis door naar Berlijn.

Tijdens een recente trip naar Griekenland hoorde ik een opmerkelijke duiding bij de schuldigverklaring van Duitsland. Ze komt hierop neer. 'Griekenland zit diep in de nesten omdat het grondig fout zit in en met ons land. De hoofdschuldige daarvan is de Griekse elite met haar ongebreidelde graaicultuur. Niet Duitsland. Als de schuld voor de crisis naar Duitsland wordt verschoven, is de Griekse elite per definitie onschuldig. Dat komt haar mooi uit. Het anti-Duitsland-gevoel in Griekenland wordt bewust op diverse, al dan niet subtiele manieren aangewakkerd door de Griekse elite.'

Duitsland is dus een schaamlapje voor het eigen falen. Maar de jongste tijd moeten we eerder van een schaamdweil spreken. Want de aanwijzing van Duitsland als hoofdschuldige voor de ellende van steeds meer burgers in de eurozone neemt uitgebreide vormen aan.

De Duitsland-bashing komt niet alleen meer uit Griekenland. De Franse president François Hollande en de Italiaanse premier Enrico Letta, om slechts die twee te noemen, spraken zich onlangs in niet mis te verstane bewoordingen uit over de verantwoordelijkheid van de Duitse autoriteiten voor de aanslepende crisis in de eurozone. Meteen is Duitsland ook gebrandmerkt als de hoofdschuldige voor de problemen in hun land.

Het gaat ten gronde om twee klachten tegen de Duitse regering en de top van de Duitse centrale bank, de Bundesbank. Ten eerste verwijten velen Berlijn en Frankfurt dat ze veel te sterk vasthouden aan een strak budgettair beleid, waarbij de nadruk ligt op de beperking van de begrotingstekorten om de overheidsschuld in de klauw te houden. Door die houding verscherpt Duitsland de recessie en door die recessie raken de eurozone en haar lidstaten steeds verder in de problemen.

Dat zware saneringen op korte termijn de economische groei in de wielen rijden, staat buiten kijf. Maar voor landen als Griekenland, Ierland, Portugal en Spanje bestaat er geen alternatief. De sociaaleconomische en financiële huishouding van deze landen is zo gedestabiliseerd dat een forse ingreep onvermijdelijk is. In de meeste andere landen van de eurozone is er, ondanks veel politieke bombarie, geen sprake van een zwaar saneringsbeleid. Kijk naar de cijfers over overheidsuitgaven in landen als Frankrijk, Italië en België en je weet genoeg. Bovendien zien alle eurolanden, en zeker Duitsland, een vergrijzingsgolf op zich afkomen, die de publieke financiën de komende jaren zwaar belast. Alles bij elkaar genomen blijft er van de eerste aanklacht tegen Duitsland weinig over.

Ten tweede krijgt Duitsland het verwijt dat het te veel een rem zet op de omvorming van de Europese monetaire unie van een kaduuk instituut tot een duurzaam en efficiënt werkend geheel. Daarvoor moeten lidstaten duidelijk afstand doen van nationale bevoegdheden, bijvoorbeeld van het begrotingsbeleid of van het beheer van het bancaire en financiële systeem. Duitsland, en zeker Merkel, zendt voortdurend signalen uit dat het bereid is die bevoegdheden af te staan, mits er duidelijke afspraken worden gemaakt. Maar daar knelt het schoentje.

Zeker Hollande wil de grote sprong vooruit naar wat hij een 'economische regering' voor de eurozone noemt. Hoog op de onderliggende agenda van Hollande en de meeste andere Zuid-Europese landen staat het verlangen een groot deel van de nationale problemen door te schuiven naar het Europese niveau. Concreet moeten Duitsland en de noordelijke landen als Nederland, Oostenrijk en Finland dan opdraaien voor de grote kosten van die grote sprong vooruit.

Duitsland loopt zeker geen vlekkeloos parcours. De minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, raakt bijvoorbeeld steeds meer verstrikt in een opeenstapeling van contradictoire uitlatingen over de begrotingsdiscipline, de verdragsherziening en de bankenunie. De Bundesbank blaast voortdurend warm en koud. Het Duitse banksysteem is wankel. Maar de Duitse economische prestaties steken nog altijd met kop en schouders boven die van de andere Europese landen uit. Dat gooit niemand zomaar te grabbel.

Onze partners