28/02/13 om 09:02 - Bijgewerkt om 09:02

De retoriek klinkt onveranderd hol

De meeste middenveldorganisaties leveren zinvol en constructief maatschappelijk werk. Maar moeten ze daarom gespaard blijven van kritische vragen?

Is Trends optimistisch of pessimistisch? Bullish of bearish? De vraag doet herinneren aan een legendarische uitspraak van de Amerikaanse president Harry Truman. Toen op 12 april 1945 de zittende president Franklin Roosevelt overleed, moest vicepresident Truman zijn taken overnemen. Zijn kabinetschef vroeg hem wie hij als economisch topadviseur wou benoemen, waarop Truman haast ogenblikkelijk antwoordde: "Breng me een econoom met één arm!" Toen de verbouwereerde kabinetschef meer uitleg vroeg, zei Truman: "Wel, met de meeste economen is het altijd van 'aan de ene kant dit en aan de andere kant dat'. Daar schiet ik niet veel mee op".

Anno 2013 kampen de economen nog altijd met dezelfde ambiguïteit waar Harry Truman niet van wilde weten. In het coververhaal van Trends van deze week leggen we deze keer de nadruk op de positieve ontwikkelingen die we in het economische systeem zien: technologische vooruitgang, een wereldwijde entrepreneurial drive, ruime cashposities bij veel ondernemingen en gunstige perspectieven in de energiemarkten. Tegelijk blijven we niet blind voor de donderwolken die zich boven de wereldeconomie samenpakken. Ook dat zijn er in essentie vier: de aanhoudende eurocrisis (wellicht opnieuw aangezwengeld door de Italiaanse stembusuitslag), de massale schuldophoping, de grenzen van een extravagant monetair beleid en de dreiging van handelsprotectionisme.

Van nature zijn we optimistisch, en dus schatten we de positieve ontwikkelingen wat zwaarwichtiger in dan de negatieve. Maar we moeten ook realistisch zijn, en dan moeten we toegeven dat het echt wel een dubbeltje op zijn kant is.

De kwaliteit van het beleid doet de balans zelfs eerder in de negatieve richting overhellen. De beleidsmakers in België, Europa, de VS, Japan en nog vele andere belangrijke economische regio's zijn de jongste jaren schromelijk tekortgeschoten. Toegegeven, deze crisis is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken, maar de krachtdadigheid en de duidelijkheid van het beleid waren en zijn ondermaats.

Minstens even storend is de manier waarop de bewindvoerders hun beleid proberen te vertalen naar de publieke opinie. De retoriek doorloopt steeds dezelfde fasen: eerst wordt het probleem ontkend, vervolgens geminimaliseerd, en uiteindelijk komen er halfslachtige maatregelen die als moedige en gedurfde oplossingen worden gepresenteerd. Wie die gang van zaken aan de kaak stelt, heet dan dom of van slechte wil te zijn. Geen wonder dat de burgers de klassieke partijen en machtshebbers fors in de wielen rijden zodra ze in het kieshokje de kans krijgen. De scores van premier Mario Monti en de komiek Beppe Grillo (om van die andere clown maar te zwijgen) in de Italiaanse verkiezingen spreken boekdelen en kunnen onmogelijk als een geïsoleerd fenomeen gezien worden.

Die houding zien we ook almaar meer in het ACW-dossier. Diverse CD&V-tenoren namen het de voorbije dagen nadrukkelijk op voor de zwaar getergde koepel van de christelijke werknemersbeweging. Daar is op zich niks fout mee, integendeel zelfs. Wat wel de wenkbrauwen doet fronsen, is de teneur van het discours. Het meest gehoorde argument luidt dat wie de middenveldorganisaties destabiliseert, het risico loopt de hele maatschappij te ontwrichten. Het is zeker een feit dat de meeste middenveldorganisaties bijzonder zinvol en constructief maatschappelijk werk leveren. Maar moeten ze daarom gespaard blijven van kritische vragen? Dat gaat toch wel heel erg ver.

Het ACW zit in nesten omdat zijn leiding in het voorbije decennium danig heeft gefaald. Het ACW ging akkoord met het Dexia-verhaal omdat opgaan in een grotere bankstructuur de enige manier was om huisbank Bacob van de ondergang te redden. De ACW-bestuurders bij Dexia gingen op hun beurt voluit mee in het hallucinant speculatieve businessmodel van de groep. Na de vette dividenden kwam echter de gigantische oplawaai. Het ACW zit daardoor financieel aan de grond en tracht dat met gemeenschapsgeld op te vangen (de operatie-Arco, de aankoop van de winstbewijzen door Belfius). Tussendoor zette het constructies als Sociaal Engagement op die de belastingrekening moeten drukken. Steeds meer ACW-leden komen in opstand tegen hun leiding, zo blijkt uit de vele mails die we krijgen. Het ACW beleeft een existentiële crisis, niet omdat onder meer Trends met vervelende vaststellingen en kritische vragen komt, maar wel omdat de leiding faalde en faalt. Politici mogen deze realiteit niet verdoezelen.

Onze partners