16/02/13 om 20:52 - Bijgewerkt om 20:52

De repliek van het ACW: gaten zonder kaas

De verdediging van het ACW tegen de analyse van Trends omtrent de dividenden ontvangen uit de Dexia-groep valt erg mager uit, zeker ook inzake de aanwending van de belastingaftrek DBI.

De repliek van het ACW: gaten zonder kaas

© Belga

Ziet Steven Vanackere (CD&V) de bui al hangen? De minister van Financiën, van huis uit een trouw ACW-soldaat, verklaarde in een interview met De Standaard dat hij zich "bedrogen voelt" door het ACW en dat de christelijke werknemersorganisatie nu duidelijk een "imagoprobleem" heeft. Dat laatste is hét understatement van het weekend. Er heerste in de slipstream van het losbarsten van het hele dossier rond de dividenden ontvangen door het ACW nagenoeg unanimiteit in de Vlaamse pers omtrent de conclusie dat het ACW nu minstens met een zwaar geloofwaardigheidsprobleem zit. Een imagoprobleem is van een andere orde dan een geloofwaardigheidsprobleem. De repliek die het ACW naar voren bracht op onze analyse versterkt dat geloofwaardigheidsprobleem aanzienlijk.

Heel kort samengevat kwam de aantijging aan het adres van het ACW neer op twee punten.

Ten eerste was er het morele vraagstuk rond de opzet van een constructie (via de CVBA Sociaal Engagement) die er duidelijk op gericht was om over de periode 2003-11 op een totale dividendenstroom van 102 miljoen euro, afkomstig van de Dexia-groep, niet meer dan 58 000 euro aan vennootschapsbelasting te betalen. Een opmerkelijk lage aanslagvoet voor een organisatie die voortdurend van leer trekt tegen een gebrek aan billijkheid in de belastingen en geregeld ondernemingen viseert omwille van het geringe bedrag aan betaalde belastingen.

Ten tweede bleek het ACW ook ten onrechte de techniek van de DBI (definitief belaste inkomsten) te hebben toegepast in het streven naar een zo klein mogelijke belastingrekening.

De verdediging neergelegd door het ACW bestaat uit drie elementen. Ten eerste, op de dividenden is reeds belastingen betaald door de uitkerende vennootschappen, in casu Dexia Bank België (DBB) en Dexia Insurance Belgium (DIB). Pardon? Alle leden van het ACW, net zoals alle andere burgers van dit land, betalen onvermijdelijk 25% roerende voorheffing op dividenden die zij ontvangen. Het ACW zet doelbewust een fiscale constructie op om die belasting zo goed als volledig te vermijden. Daar is strikt genomen wettelijk niets fout mee maar het staat, zacht uitgedrukt, haaks op de retoriek en de officiële maatschappelijke doelstellingen van de ACW-zuil.

Het tweede argument van de organisatie luidt dat de balansen altijd goedgekeurd zijn en dat de fiscale controles blijkbaar evenzeer altijd zonder commentaar werden afgesloten. So what? De lijst is zeer lang van vennootschappen waar de revisoren hun handtekening onder de jaarrekeningen plaatsten en de fiscus ook alles goedkeurde terwijl later bleek dat er één en ander grondig fout zat. Een naam als Lernout & Hauspie schiet hier spontaan te binnen. Ook staatssecretaris voor fraudebestrijding John Crombez (SP.A) verwees op een vrij kordate manier het argument van het propere verleden naar de prullenmand.

Ten derde, zo stelt het ACW, hadden we wel recht op de DBI-aftrek, met name via de dividenduitkeringen in het kader van de relatie van de ACW-dochter Sociaal Engagement met de verzekeringsmaatschappij DIB. Trends had inderdaad in haar originele analyse deze dividendstroom, die trouwens ten opzichte van de dividenden bekomen uit DBB relatief beperkt uitvalt, niet meegenomen. Nadere analyse van deze dividendenstroom uit de verzekeringspoot leert echter dat er finaal niet veel verandert aan ons DBI-argument. Brengt men de verzekeringsdividenden op een correcte manier in rekening dan daalt het bedrag van de onterecht in rekening gebrachte DBI-aftrek over de periode 2003-11 van 6,9 miljoen euro naar 6,3 miljoen euro. Het bedrag van de erg omstreden DBI daalt dus met een kleine 10% maar ten gronde blijft de argumentatie inzake het hanteren van de DBI-aftrek niet conform de vigerende wetgeving en rechtsleer voluit overeind. Het cijfermatig en juridisch detail van deze analyse brengen we binnen enkele dagen in de volgende editie van Trends.

Johan Van Overtveldt

Onze partners