08/07/13 om 10:56 - Bijgewerkt om 10:56

De ontmenselijking van de eurocrisis

Griekenland, Portugal en Cyprus staan bovenaan de Ecofin-agenda. De maatschappelijke ontreddering in die landen neemt schrijnende vormen aan.

De ontmenselijking van de eurocrisis

© belga

Griekenland, Portugal en Cyprus staan bovenaan de Ecofin-agenda. De maatschappelijke ontreddering in die landen neemt schrijnende vormen aan.

Alles went, ook de eurocrisis. De heropflakkering van een aantal sluimerende sub-crises in de Europese monetaire unie veroorzaakte de voorbije weken relatief weinig mediatieke opschudding. Zowel op het kabinet van eurocommissaris Olli Rehn als bij de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt, om het maar bij die twee adressen te houden, heerst wel weer acute bezorgdheid over de eurocrisis. De Franse president François Hollande maakte zich nog maar eens hopeloos belachelijk door enkele weken geleden te verklaren dat de eurocrisis tot het verleden behoort.

Vandaag buigen de ministers van Financiën van de eurozone, de Ecofin-groep, zich over de toestand in de eurozone. Nagenoeg alle aandacht zal daarbij uitgaan naar wat zich afspeelt in drie van de kleinere lidstaten, Cyprus, Portugal en Griekenland. Dat betekent niet dat voor landen als Slovenië, Ierland, Spanje en Italië - om van Frankrijk maar te zwijgen - de problemen van de baan zijn, integendeel. Het is gewoon een kwestie van waar de brand het meest uitslaat.

Zoals bekend kwamen zowel de Portugese als de Griekse regering de voorbije dagen in nauwe schoentjes. In Portugal zag premier Pedro Passos Coelho twee vooraanstaande ministers vertrekken die het saneringsbeleid niet meer zien zitten. De kleinere coalitiepartner kon door Coelho slechts met veel sussen en beloven aan boord gehouden worden. Het volksprotest neemt in Portugal gestaag toe, wat ook geldt voor Griekenland. Zo ontsnapte de burgemeester van Athene gisteren ter nauwer nood aan een zware afranseling door misnoegde ambtenaren. Na het vertrek van Democratisch Links houdt de Griekse premier Sandonis Samaras slechts een zeer krappe en politiek onleefbare meerderheid over. In Cyprus wil de regering een fundamentele herziening van de afspraken en de hulp die in maart werd overeengekomen.

Wat deze drie landen met elkaar gemeen hebben, is een voortschrijdende sociaaleconomische catastrofe. De Griekse economie kromp de voorbije zes jaar met meer dan 25%, de Portugese met bijna 10%. Voor de Cypriotische economie worden zelfs geen prognoses meer gemaakt, maar een krimp van de economie van 15% voor dit jaar lijkt onvermijdelijk. De werkloosheid in de drie landen neemt hallucinante vormen aan. In Griekenland bijvoorbeeld zit 27% van de beroepsbevolking zonder job, bij de jongeren ligt de werkloosheidsgraad zelfs rond de 60%. Het maatschappelijke draagvlak voor het beleid dat Europa en het IMF aan deze landen opleggen, is nagenoeg compleet verdampt.

Vanuit de Ecofin komt heel voorspelbaar tegelijk sussende als stoere taal. Stoere taal dat de betrokken landen erop gewezen worden dat ze hun verplichtingen moeten nakomen en dat ze moeten saneren en herstructureren. Er wordt wel, zoals steeds, bevestigd dat ze op het goede pad zijn. De sussende taal bestaat uit twee delen. Ten eerste zal men voorzichtig en behoedzaam de deur op een kier zetten naar meer hulp zonder het als dusdanig te benoemen. Minder strikte begrotingsnormen en langere termijn voor terugbetaling van schulden liggen voor de hand. Ten tweede zal men de wereld en vooral de markten er willen van overtuigen dat er toch beterschap op komst is en dat deze landen steeds dichter bij een economisch herstel komen.

Wat dat laatste betreft, is het uiteraard zo dat er wel eens een omslagpunt moet komen. Geen enkele crisis is blijven duren. De vraag is welke maatschappelijke prijs er in die drie zuiderse landen betaald wordt en nog zal moeten betaald worden voor de neerwaartse trend echt omgebogen wordt. Een meerderheid van de bevolking kan enkel via de informele economie en de ruilhandel overleven. Niet alleen onaanvaardbare niveaus van werkloosheid, ook toenemende criminaliteit, escalerende armoede, fors stijgende zelfmoorden en een groeiende verachting voor mainstream politiek en vooral ook voor Europa, tasten het democratisch karakter van deze samenlevingen steeds meer aan. Zij die beweren dat er geen alternatief is voor lidmaatschap van de eurozone krijgen het alsmaar moeilijker om hun argumenten te laten opwegen tegen de heel zichtbare en voelbare maatschappelijke destructie die als een kanker woekert in Cyprus, Portugal en Griekenland.

Onze partners