08/09/11 om 12:42 - Bijgewerkt om 12:42

De limiet van het beleid van de vlucht vooruit is bereikt

Onze bewindvoerders hebben de volle laag gekregen van de rechterlijke macht.

De limiet van het beleid van de vlucht vooruit is bereikt

© belga

De hoogste rechtsinstanties van het land vielen vlijmscherp uit tegen de politiek wegens een totaal gebrek aan beleid, niet alleen in strikt juridische materie, maar ook over bijvoorbeeld het migratiebeleid. De politieke reactie bestond vooral uit de vraag of de hoge heren van justitie hun grondwettelijke boekje niet te buiten gingen door hun scherpe pijlen zo direct naar het hart van de politieke kaste te richten. Met die erg povere reactie gaf de politieke klasse toe dat ze met een enorm probleem zit, dat dag na dag aanzwelt.

Waar komt dat probleem va ndaan? De uitleg dat onze generatie politici het niet meer kan, raakt kant noch wal. Die hypothese betekent dat deze generatie politici veel dommer, onbekwamer en politiek-strategisch veel minder beslagen is dan de voorgaande generaties. Informele contacten leren snel dat je de hypothese van een 'wat domme bende' het best laat varen. De heren en dames die het politieke schouw- toneel bezetten, zijn best wel intelligent en begiftigd met degelijke politiek-strategische inzichten.

Er is eerder iets ernstigs aan de hand met het systeem dan met het personeel. De limiet van het beleid van de vlucht vooruit is bereikt. Die limiet kan zelfs nauwkeuriger en kwantitatiever ingevuld worden. Voor landen met een hoge staatsschuld kunnen politici niet meer terugvallen op de truc die de voorbije dertig tot veertig jaar steevast toegepast werd: een probleem te lijf gaan door er, naast wat cosmetische ingrepen, vooral geld tegenaan te gooien.

De landen met de hoogste staatsschuld toonden zich het meest toegewijd in de toepassing van die beleidstechniek. Samen met Griekenland (157 %), Italië (129 %), Ierland (120 %) en Portugal (111 %) bevindt België zich met een overheidsschuld die eind dit jaar op 101 procent van het bbp uitkomt, nog altijd nadrukkelijk in het groepje van landen waarvan de overheidsschuld duidelijk boven het gemiddelde van de eurozone uitsteekt.

De crisis in de eurozone heeft alles te maken met twee fenomenen. De structurele tekortkomingen van de hele set-up van de monetaire unie kunnen niet langer weggepraat worden. Bovendien zitten de eurolanden door de monetaire unie in een keurslijf dat de financiële markten erg intolerant maakt voor de grote overheidsschuld. Die intolerantie wordt nog gevoed door het vooruitzicht van een escalerende overheidsschuld als gevolg van de kosten van de vergrijzing.

De systematische toepassing van de probleemaanpak via het chequeboekje leidt er niet alleen toe dat de staatsschuld escaleert - wat voor de landen met een hoge schuld zo goed als onmogelijk werd - maar ook dat de problemen eigenlijk niet aangepakt worden. Occasioneel zijn er weleens periodes van een terugloop van de staatsschuld als procent van het bbp, maar dat heeft dan veel meer te maken met gunstige economische omstandigheden (hoge groei, omvangrijke belastingontvangsten, minder uitgaven onder meer voor werkloosheid) dan met een volgehouden, ernstige aanpak van de structurele problemen.

In België liggen de voorbeelden van de beleidsaanpak met het chequeboek voor het rapen. In de staatshervorming lapten de grote, visionaire hervormers van de voorbije veertig jaar - zeg maar Wilfried Martens, Jean-Luc Dehaene, Johan Vande Lanotte en Guy Verhofstadt - beschouwingen over de efficiëntie van de staatsstructuur aan hun laars. De Belgische entiteit werd daardoor steeds meer een gruwelijk inefficiënt en overmatig geldverslindend vehikel. Bovendien aarzelden de hervormers van het verleden niet om geregeld communautaire akkoorden af te kopen via geldelijke koehandels. Hetzelfde geldt voor de sociale zekerheid. Ernstige ingrepen om de sociale zekerheid aan de realiteit van 21ste eeuw aan te passen, bleven achterwege. Ook vandaag vlucht de politiek weg in een hopeloze zoektocht naar bijkomende inkomsten om het geheel betaalbaar te houden.

We zijn aanbeland in een situatie waarin de chequeboekaanpak niet meer kan. Bezondigt België zich weer aan een beleid dat grotere begrotingstekorten doet ontstaan, dan is de reactie van de markten heftig en scherp. Terecht, overheidsschuld op een niveau zoals de Belgische komt neer op teren op de welvaart van de generaties na ons. Bij een nieuwe poging tot chequeboekbeleid worden we snel geconfronteerd met zelfvoedende financieringskosten van de begroting en de overheidsschuld.

Om de begroting in de klauw te houden, dringt zich een compleet ander type van beleid op. Een beleid dat de grond van de problematiek aanpakt en ingrijpt in de mechanismen die in de toekomst de leefbaarheid van de publieke financiën bedreigen. In de nota-Di Rupo vinden we van die onvermijdelijke omslag nauwelijks iets wezenlijks terug.

Onze partners