07/11/13 om 10:32 - Bijgewerkt om 10:32

De kwalijke val der bankiers

"Ik denk dat het refrein dat ik nu constant hoor over 'bankiers, bankiers, bankiers' niet productief is en ook unfair. Men moet daar nu maar eens mee stoppen", zo stelde Jamie Dimon, de topman van de Amerikaanse grootbank JP Morgan Chase, op 27 januari 2011 tijdens het Wereld Economisch Forum in het Zwitserse Davos.

Hij kreeg voor die opmerking ter plekke stevig lik op stuk van de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy. Bijna drie jaar later getuigt Dimons opmerking van een hallucinante arrogantie. Banken en bankiers gaan bij bosjes voor de bijl als entiteiten die zichzelf boven de wet achten, terwijl de economie en de maatschappij in het algemeen meer dan ooit grote behoefte hebben aan een geolied draaiend bancair en financieel systeem. Dat probleem ten gronde oplossen is een van de grootste uitdagingen van deze tijd.

De lijst van banken die in een bijzonder ongunstig daglicht komen te staan, wordt met de dag langer. De grootste drie Japanse bankgroepen (Mitsubishi, Sumitomo en Mizuho) staan onder meer onder verdenking van de financiering van gangsterbendes. Megabanken als Barclays, Royal Bank of Scotland (RBS), Standard Chartered, Citigroup en JP Morgan liggen zwaar onder vuur voor onwettige manipulaties op de wisselmarkten. Ook Zwitserse banken bezondigden zich blijkbaar aan onfrisse praktijken op de wisselmarkten. Barclays, UBS, RBS en ICAP betaalden al 2,5 miljard dollar aan schadevergoedingen na onderzoeken naar rentemanipulaties (het zogenoemde Libor-schandaal). De Nederlandse Rabobank kreeg uit dezelfde hoek 1 miljard dollar aan boetes aangesmeerd. JP Morgan Chase, de bank van Jamie 'het-moet-nu-maar-eens-gedaan-zijn' Dimons, ging in de Verenigde Staten akkoord met een boete van... 13 miljard dollar om verder onderzoek naar de onwettige praktijken van de bank bij de verhandeling van vastgoedpapier te voorkomen. En zo gaat dat maar door.

Wat de reputatie van banken en bankiers ook helemaal geen goed doet, zijn zaken als het recente Fitch-rapport, waaruit blijkt dat de grootste zestien Europese banken over 2011 en 2012 hun kredieten aan de ondernemingen met 440 miljard euro of 9 procent hebben teruggeschroefd. Die terugval was het meest uitgesproken in de perifere landen van de eurozone. Tegelijk liep de kredietverlening aan de overheden op met 550 miljard euro, of liefst 26 procent. Dat heeft uiteraard met de recessie te maken, maar veel meer nog met de reguleringsvoorschriften, zeg maar Bazel III.

Banken moeten nagenoeg geen kapitaal aanhouden voor overheidspapier dat ze in portefeuille nemen, terwijl dat voor kredieten aan de privésector wel moet. Zo ontstaat een zeer ongezonde situatie van banken die zich almaar meer op de financiering van overheden werpen, ten koste van de private sector.

Niet enkel wordt zo de groei in de privésector afgeremd, de afhankelijkheid van de overheden ten aanzien van hun bancaire financiers nodigt uit tot een voorkeursbehandeling en afspraken in de achterkamers. Dat het toch nog zo'n vaart loopt met juridische klachten tegen banken en bankiers, zegt veel over de reële omvang van de misdrijven in de banksector.

Het zou onheus zijn alle banken en bankiers over dezelfde kam te scheren. Een aantal onder hen doet op een consequente en correcte manier zijn job, en daar is in ons economische bestel ook meer dan ooit een grote behoefte aan. Een duurzaam herstel van de economie is ondenkbaar zonder een deugdelijk functionerend bancair en financieel systeem. Financiële instellingen dienen bijvoorbeeld in te staan voor de omvorming van slapende spaargelden in productieve investeringen (wat de financiering van de overheid slechts in beperkte mate is). Loopt dat gesmeerd, dan zal het de economie en de mensen goed gaan. Loopt dat proces vierkant, dan stagneert de economie, blijven investeringen uit, verdwijnen banen en komen de publieke financiën onder druk.

Niemand is gebaat bij een banksector die in de publieke opinie gezien wordt als bijna misdadig, of toch minstens constant verdacht. Het puin van het onfrisse verleden moet zo snel mogelijk worden geruimd. Het zal veel tijd en energie en vooral eerlijkheid en transparantie vergen om het maatschappelijk vertrouwen in de financiële wereld te herstellen. Er wacht bankiers zelf en zeker ook de toezichthouders een enorme taak om de zaken weer op het rechte spoor te krijgen.

Onze partners