23/08/12 om 11:08 - Bijgewerkt om 11:08

De kosten van de eurocrisis

De volgende grote afspraak in de voortkabbelende eurocrisis is 12 september. Die dag staan twee belangwekkende gebeurtenissen op de agenda: verkiezingen in Nederland en een langverwacht vonnis van het Duits Constitutioneel Hof.

Wat dit laatste betreft, gaat het om de vraag of het Europese Stabiliteitsfonds (ESM) al dan niet te rijmen valt met de Duitse grondwet. Als het verdict negatief is, of een met voorwaarden beladen goedkeuring van het ESM-principe, dan staan de beleidsverantwoordelijken van de eurozone, eufemistisch uitgedrukt, voor een nieuwe uitdaging. De kans op een onvoorwaardelijke aanvaarding van de ESM-statuten wordt door ingewijden op zogoed als nul ingeschat.

"De verkiezingen in Nederland", zei Jolande Sap, de leading lady van Groen Links me enige tijd geleden, "gaan in hoofdzaak over de euro en hoe Nederland daar verder mee moet." Diverse Nederlandse partijen zijn erg kritisch of zelfs volkomen negatief over de Europese eenheidsmunt. Volkomen negatief is de partij van Geert Wilders, erg kritisch is de de SP van Emile Roemer. De naar het extremere links neigende SP staat aan kop in de opiniepeilingen. En hoewel ook na 12 september wellicht een meerderheid van de Nederlandse verkozenen onverkort achter het euroverhaal zal staan, toch zal hoe dan ook de stem van de eurocritici zwaarder gaan wegen in de houding van Nederland.

De eurocritici, van welke nationaliteit ook, zien zich de jongste tijd geconfronteerd met een dubbele realiteit. Enerzijds vinden hun inzichten steeds meer weerklank, anderzijds krijgen ze openlijk én verdoken steeds scherpere kritiek over zich heen. Het gaat er dan over dat het onverantwoord is het voortbestaan van de euro in twijfel te trekken, om de eenvoudige reden dat een implosie van het eurosysteem onwaarschijnlijk grote kosten met zich brengt. Hoewel er veel waarheid in zit, is deze kritiek van de mensen die ik gemakkelijkheidshalve de euro-adepten noem, tegelijk zeer onvolledig en, jawel, demagogisch en populistisch.

De grote waarheid in het betoog van de euro-adepten is dat een implosie van de euro inderdaad enorme economische, financiële, sociale en politieke kosten heeft. Geen enkele ernstige criticus van het euroregime zal dat ontkennen. In mijn boek Het Einde van de euro onderstreep ik die realiteit meermaals. Pogingen om die kosten te kwantificeren, zoals bijvoorbeeld ING recentelijk deed, zijn nuttig maar erg relatief. Enkele hypotheses veranderen, verhoogt of verlaagt drastisch de uiteindelijke kostprijs.

Het neemt niet weg dat de kosten van het einde van de euro sowieso enorm zijn. Maar de prijs van voortdoen waar we mee bezig zijn, is ook enorm en groeit bovendien elke dag aan. We hebben het dan over de fondsen in de hulppakketten voor landen als Griekenland, Ierland en Portugal, binnenkort Spanje en Italië, om van Frankrijk maar te zwijgen. Maar denk ook aan al het geld dat al in het Europese noodfonds is gepompt en nog moet worden gepompt. Of aan de kosten verbonden aan de interventies van de Europese Centrale Bank (ECB). En vergeet niet de kosten van de participatie van het IMF aan de hulppakketten. Maar het gaat vooral ook over de kosten verbonden aan de nieuwe recessie in de eurozone en aan de depressie waaraan Griekenland almaar schrijnender ten prooi is.

Een nog grotendeels verborgen prijs van de crisis is de verzieking van de relaties tussen de eurolanden. Zowel vanuit de Europese Commissie als vanuit de ECB horen we verhalen die alle verbeelding tarten. Steeds meer beleidsmensen staan met getrokken messen tegenover elkaar. Een constructieve dialoog wordt met de dag moeilijker. Is het niet ronduit hallucinant dat de Finse minister van Buitenlandse Zaken openlijk verklaart dat hij "die mensen niet vertrouwt". Die mensen, dat zijn Herman Van Rompuy (Europees president), Mario Draghi (voorzitter van de ECB), José Manuel Barroso (voorzitter van de Europese Commissie) en Jean-Claude Juncker (voorzitter van de eurogroep). De eurocrisis dreigt de doodgraver van de Europese eenheidsgedachte te worden.

De euro-adepten hebben overschot van gelijk als ze zeggen dat het einde van de euro dramatische kosten met zich zou brengen. Maar ze doen tegelijk aan populisme en demagogie door met geen woord te reppen over de enorme en escalerende kosten van de huidige aanpak. De meesten onder hen zijn nochtans intelligent genoeg om zich zeer goed van deze kosten bewust te zijn.

Onze partners