Daan Killemaes
Daan Killemaes
Hoofdredacteur Trends
Opinie

03/04/14 om 10:47 - Bijgewerkt om 10:47

De inzet van de verkiezingen

Van uitstel komt afstel. Als het gaat om de gezondmaking van de Belgische overheidsfinanciën, is dat helaas de trieste realiteit.

In het stabiliteitsprogramma dat België normaal gesproken eind april bezorgt aan de Europese Commissie, wordt de saneringsoperatie opnieuw een jaar in de tijd opgeschoven. De doelstelling van een gezamenlijk begrotingsoverschot in 2016, zoals nog in het stabiliteitsprogramma van april 2013 staat, wordt verdaagd tot 2017. Vanaf dan zou dit land een budgettair beleid voeren dat toelaat twee derde van de extra kosten van de vergrijzing op voorhand te betalen. Dat hebben we in het verleden nog gehoord, zonder dat er veel van in huis kwam.

Het stabiliteitsprogramma is daarom allesbehalve stabiel. De Belgische overheden zijn er nooit in geslaagd één editie tot een goed einde te brengen. Pro memorie: het stabiliteitsprogramma van 2008 ambieerde een overschot van 1 procent tegen 2011. De crisis besliste daar natuurlijk anders over, maar het is een constante dat regeringen te vlot uitgaan van mooi weer, te weinig rekening houden met tegenslagen en de uitgaven niet onder controle hebben. Het resultaat van dat schromelijke tekort aan begrotingsambitie is dat België blijft kampen met een hardnekkig begrotingstekort, een hoge overheidsschuld en een verstikkende belastingdruk.

Toch beveelt de Hoge Raad van Financiën aan om, in vergelijking met haar advies van vorig jaar, de teugels iets te vieren door de inspanningen meer over de jaren te spreiden. Een structurele verbetering van ongeveer 3 miljard euro per jaar volstaat in de periode 2015-2017. De Hoge Raad zegt dat we die luxe hebben, omdat we dit jaar hoogstwaarschijnlijk niet meer als slechte leerling op het Europese begrotingsstrafbankje hoeven te zitten.

Het tekort zou dit en vorig jaar voldoende verbeterd zijn, en dan volstaat voor Europa een structurele inspanning van ongeveer 2 miljard euro per jaar. Daarnaast wil de Hoge Raad de volgende regeringen de kans geven om stevige maatregelen te nemen die pas na enkele jaren op volle kruissnelheid komen. De Raad gaat er dus van uit dat die maatregelen ook echt worden genomen, wat eerst nog moet worden bewezen.

Nog een hypothese van de Hoge Raad van Financiën is dat de Belgische economie de volgende jaren behoorlijk goed blijft herstellen. Dankzij die conjunctuurbonus volstaat een structurele verbetering van 2,7 procent om het saldo met 3,2 procent te verbeteren. Maar de Europese Commissie en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zijn minder optimistisch over onze groei. Het IMF gaf België daarom iets meer tijd om de begroting op een duurzaam pad te brengen. Het IMF adviseert niet de teugels te vieren, zoals de PS gemakshalve besloot, maar het is minder optimistisch over het groeipotentieel van de Belgische economie. Als de groei achterblijft, is een grotere structurele inspanning nodig om hetzelfde begrotingsresultaat te halen. Het is een ongemakkelijke waarheid die te weinig aandacht krijgt.

België zou België niet zijn als behalve de omvang van de begrotingsinspanning, ook de verdeling van die inspanning geen stevig punt van discussie is. De Hoge Raad van Financiën volgt daarbij het principe dat als ieder voor eigen deur veegt, de straat al vrij schoon is. Dat komt neer op een begrotingsevenwicht op alle niveaus, van de gemeenten tot de federale overheid, zoals dat hoort in een normaal federaal land. Na de zesde staatshervorming impliceert dat een evenwicht op het niveau van de deelstaten. De lokale overheden moeten een totale inspanning doen van minder dan 2 miljard euro tegen 2017, tegenover de 2 miljard dit jaar en drie keer 3 miljard in 2015-2017 op federaal niveau.

Dat legt de inspanningen te veel bij de federale overheid, en te weinig bij de deelstaten, aldus Open Vld. Daartegenover staat de visie van onder meer de N-VA, dat Vlaanderen niet hoeft te besparen. Zo kan de federale regering geen cadeaus uitdelen, zoals de absurde verlaging van de btw op elektriciteit. De N-VA vindt daarin vreemd genoeg een bondgenoot in de PS, die ook graag de inspanning op federaal niveau ziet gebeuren, maar dan om totaal andere redenen. De PS wil het gat dichtrijden met hogere belastingen op federaal niveau, want die worden vooral betaald in Vlaanderen.

De cruciale vraag is natuurlijk hoe de overheden in dit land, en dan vooral de federale regering, die structurele inspanning zullen leveren. Vooral via nog hogere belastingen? Of vooral via broodnodige besparingen en groeivriendelijke maatregelen? Dat is dan ook de inzet van de verkiezingen. Hoe sneller de grote lenteschoonmaak van de begrotingen op alle niveaus begint, hoe beter. Van uitstel komt toch maar afstel.

Onze partners