05/10/11 om 11:01 - Bijgewerkt om 11:01

De illusie van Norman Angell

De crisis in de eurozone blijft maar aanslepen, met een tendens tot verbreding en verdieping. Nochtans zijn analisten en economen het grotendeels eens over de remedies.

Meer flexibiliteit en mobiliteit op de arbeidsmarkten is er daar één van, maar vooral een grote sprong voorwaarts naar een echte politieke unie is nodig. Alleen zo kan er voldoende discipline, eenvormigheid en convergentie in het beleid van de eurolidstaten komen. Een groot gedeelte van de nationale soevereiniteit in sociaaleconomische, budgettaire en financiële dossiers zal dan onvermijdelijk ophouden te bestaan.

Het vergt een politieke beslissing om tot een politieke unie te komen. Zodra onze bewindslui geloofwaardige, significante en onomkeerbare stappen in die richting doen, zal het wantrouwen in de markten behoorlijk afnemen. Kap daar nog een flinke scheut fundamentele en groeivriendelijke sanering van de openbare financiën over, en de markten zullen met veel plezier de geldkranen weer opendraaien. De crisis in de eurozone verschrompelt dan binnen de kortste keren tot niet meer dan een slechte herinnering.

Helaas zitten er in dit verhaal enkele monumentale maars en indiens. Telkens gaat het om de beslissingen die de politieke elite van de eurozone in de komende weken en maanden zou moeten nemen. Er bestaan daarover twee gedachtescholen. De aanhangers van de eerste denken dat de nodige beslissingen om tot een echte politieke unie te komen en de sanering van de publieke financiën ten gronde aan te vatten, uiteindelijk toch zullen vallen, zij het met veel horten en stoten. Vooral het besef dat het niet inslaan van die weg desastreuze gevolgen heeft, zal de politici finaal de moed bezorgen om de noodzakelijke stappen vooruit te doen. Simpele rationaliteit zegeviert ten langen leste toch.

De aanhangers van de tweede gedachteschool zien het allemaal minder rooskleurig in. Wij behoren tot deze school, die vreest dat de politici uiteindelijk niét zullen doen wat nodig is om de monetaire unie op een structureel gezonde en duurzame leest te schoeien. De reden voor dat pessimisme is dat politici in essentie altijd in de eerste plaats electoraal willen overleven, liefst zegevieren. Dat is hét eigene van hun stiel. En wat blijkt? Iedereen die de jongste tijd van nabij betrokken bij het wel en wee van de eurocrisis, krijgt electoraal een zwaar pak voor de broek. De Duitse kanselier Angela Merkel verloor de ene regionale verkiezing na de andere. De Ierse en Portugese regeringen werden zonder pardon weggestemd. Uitgesproken eurosceptici gaan stevig vooruit in onder meer Nederland, Finland en Slowakije. In Spanje stevent de regerende socialistische partij af op een flinke pandoering in de federale verkiezingen van volgende maand.

In zulke omstandigheden van politici vragen dat zij manmoedig naar voren treden om akkoorden te maken die in essentie inhouden dat hun respectieve landen een groot stuk van hun nationale autonomie en soevereiniteit verliezen, lijkt meer dan één brug te ver. We zwijgen dan nog over de electorale consequenties van moedige saneringsinspanningen. In het besef dat een radicaal njet tegen noodzakelijke maatregelen apocalyptische gevolgen kan hebben, stappen de politici dan maar in een variante op de processie van Echternach: twee stappen vooruit, anderhalve achteruit, één stap vooruit en opnieuw anderhalve achteruit. Met zenuwachtige markten als scherpe toeschouwers verglijdt het proces in een steeds verder kankerende crisis.

Aanhangers van de optimistische school putten moed uit de veronderstelling dat de kosten van een teloorgang van de monetaire unie zo hoog liggen dat een grote meerderheid daarvoor terugdeinst. Een vergelijkbare redenering maakte veel opgang in de eerste jaren van de twintigste eeuw. Het in 1910 verschenen boek The Great Illusion van de Britse journalist, politicus en professor Norman Angell verwoordde dat de toen heersende argumentatie glashelder. Angell speelde een belangrijke rol in de League of Nations en kreeg in 1933 de Nobelprijs voor de Vrede.

In The Great Illusion stelde Norman Angell dat de wereld in die jaren economisch en monetair zo verstrengeld was geraakt dat verbreking van die verstrengeling enorme sociale en economische kosten met zich zou brengen. Dezelfde kosten-batenanalyse, zo argumenteerde Norman Angell, maakte dat grootschalige militaire conflicten niet langer denkbaar waren. Angells simpele, en op het eerste gezicht heel verdedigbare uitgangspunt was dat naties geen beslissingen zouden nemen die hen op diverse terreinen heel duur te staan zouden komen.

We hoeven niet te argumenteren dat exact die irrationaliteit in de drie volgende decennia zegevierde.

Onze partners