04/08/11 om 10:41 - Bijgewerkt om 10:41

De gelijkheidsval

De crisis in de eurozone, de onwaarschijnlijke afgang van de Amerikaanse toppolitici via hun macabere dans met het schuldenplafond en de aanslepende regeringscrisis in België: een mens stelt zich wat anders voor van een vakantiemaand.

De hectiek van die dagelijks weerkerende spanningen en problemen leidt er al te vaak toe dat meer sluimerende maar daarom niet minder relevante discussies en problemen wat in de verdringing komen. Zo bijvoorbeeld het thema van de ongelijkheid in de maatschappij.

Lectuur van het boek The Spirit Level: Why More Equal Societies Almost Always Do Better bracht voor mij het thema van de ongelijkheid weer nadrukkelijk op de voorgrond. De twee auteurs van dit boek, Richard Wilkinson en Kate Pickett, omschrijven zichzelf als onderzoekers in de sociale epidemiologie, zijnde het onderzoek naar sociale determinanten van gezondheid. Uiteindelijk overstijgen ze in hun boek dit beperkte thema ruimschoots. Het is niet overdreven te stellen dat The Spirit Level sinds de publicatie in het voorjaar van 2009 snel een cultstatus verwierf te vergelijken met No Logo, het boek waarmee Naomi Klein destijds eeuwige roem verwierf in het kamp van de antiglobalisten.

Het basisargument van Wilkinson en Pickett luidt dat maatschappijen met minder ongelijkheid gelukkiger, vrediger, meer solidair en gezonder zijn. Omdat de vrijemarkteconomie voor beide auteurs dé machine bij uitstek is die het heilloze vuur van de ongelijkheid aanstookt, werpen we het regime van de vrijemarkteconomie het best overboord.

Maken beide auteurs zonder twijfel een aantal interessante bedenkingen, de grond van hun argumentatie is ondertussen behoorlijk onderuitgehaald. Meer bepaald blijkt een groot pakket van hun cijfermateriaal - bijvoorbeeld over de band tussen zelfmoord en ongelijkheid, over de vrijgevigheid van maatschappijen en over de relatie tussen misdaad en ongelijkheid - op een erg selectieve en vooringenomen wijze te zijn samengesteld. Bovendien gaan de statistische methodes die ze toepassen vaak compleet uit de bocht. Wie zich van het ondeugdelijke karakter van de cijfers opgestapeld in The Spirit Level wil overtuigen, kan terecht bij Chris Snowdon van het Democratic Institute in Washington en zijn paper The Spirit Level Delusion.

Het probleem met de argumentatie van Wilkinson en Pickett over het doorslaggevende belang van ongelijkheid voor zowat alle maatschappelijke kwalen, gaat echter veel verder dan gehakketak over cijfers. Meer nog, het strakke pleidooi voor fors gereduceerde inkomensongelijkheid houdt het gevaar van zware perversiteiten in. We illustreren deze stelling met een voorbeeld. Stel dat in een maatschappij de rijkste 10 procent van de bevolking een beschikbaar inkomen gelijk aan 100 heeft, de armste 10 procent een inkomen gelijk aan 10. Er heerst dus inkomensongelijkheid met factor 10. Stel nu dat men de hogere inkomens stevig gaat belasten en naar 80 brengt. Via herverdeling en andere maatregelen tilt men het inkomen van de laagste 10 procent naar 12. De ongelijkheidsfactor daalt dan naar 6,7 procent.

Uitgaand van dezelfde basisposities veronderstellen we dat de overheden een sterk op economische groei gericht beleid voeren dat de inkomens van de rijksten van 100 naar 200 tilt en dat van de armsten van 10 naar 16. De ongelijkheidsfactor neemt fors toe tot 12,5. Toch is de vraag zeer legitiem in welke van de twee geschetste situaties de armsten het minst slecht af zijn. De argumentatie opgebouwd in The Spirit Level laat er geen enkele twijfel over bestaan dat de eerst beschreven situatie te prefereren valt: de inkomensongelijkheid daalt fors. Wij durven echter een lans breken voor de tweede situatie, om de doodeenvoudige reden dat het reële inkomen van de armsten in dat geval 33 procent hoger ligt dan in de eerste hypothese (16 tegenover 12). Het is niet moeilijk om het voorbeeld uit te werken waarin een daling van het reële inkomen van de armsten in de Wilkinson-Pickett-logica als een heuglijke gebeurtenis gevierd zou worden.

Bovenstaand voorbeeld is geen pleidooi voor een eindeloos uitdijende inkomensongelijkheid. Het is wel een pleidooi om zich te hoeden voor al te simpele redeneringen rond een zo belangrijk thema als ongelijkheid. In het meer gesofisticeerde pleidooi rond (on)gelijkheid spelen bovendien niet enkel argumenten van inkomen en materiële welvaart. Uitgebreid historisch onderzoek toont aan dat maatschappijen met een stevige economische groei (en dus bijna onvermijdelijk grotere inkomensongelijkheid) ook beter presteren voor, bijvoorbeeld, solidariteit en tolerantie. Wie The Spirit Level als vakantielectuur aansnijdt, raden we ten zeerste aan om ook The Moral Consequences of Economic Growth te lezen. Dit boek is van de hand van Harvard-professor Benjamin Friedman, die overigens geen enkele band heeft met Milton Friedman.

Onze partners