Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

04/03/14 om 11:15 - Bijgewerkt om 11:15

De geheime agenda van de volkslening

Onduidelijke toekenningscriteria, een onbetekenend lage geldmassa, lage rendementen, weinig hoop op verandering in de aanpak van de banken. En toch promoot de overheid volop de volkslening.

De geheime agenda van de volkslening

© belga

Dat heeft niet veel zin, tenzij minister van Financiën Koen Geens de bevolking vertrouwd wil maken met een uniforme belasting op vastrentende financiële producten.

Eind 2013 hadden de Belgen 250 miljard euro op hun spaarboekjes staan. De regering doet inspanningen om dat geld te mobiliseren ten voordele van de economie. Om de economie zuurstof te geven, kan de bevolking sinds begin dit jaar intekenen op een thematische volkslening. Ze wordt uitgegeven door een kredietinstelling in de vorm van kasbons of termijnrekeningen op minimaal 5 jaar. En ze moet dienen om projecten in de publieke en private sector met een socio-economisch of maatschappelijk doel te financieren.

De intrest uit deze leningen is afzonderlijk belastbaar tegen 15 procent. Dat wijkt af van het gemeen stelsel van aanslag op intrest dat tot 2011 15 procent bedroeg, maar in 2012 opgetrokken werd tot 21 procent en sedert vorig jaar 25 procent bedraagt. Als uitzondering onthouden we de intrest op de zogenoemde Leterme-bon tegen 15 procent en de intrest op een gereglementeerde spaarrekening, waarvan de eerste schijf van 1900 euro vrij is van belasting en waarvan het surplus tegen 15 procent wordt belast.

Tot op heden is er geen zekerheid over de te financieren projecten, waardoor er onduidelijkheid is over de voorwaarden om van het verlaagde tarief te genieten. Wel staat vast dat de belegger niet verplicht kan worden afstand te doen van het voordelige tarief, indien naderhand zou blijken dat een gefinancierd project niet aan de criteria voldoet.

Gebudgetteerd verlies aan belastinginkomsten

De regering heeft voor dit en volgend jaar 4,5 miljoen euro minder inkomsten uit roerende voorheffing door de volkslening ingecalculeerd. Dat staat gelijk met een intrestinkomen van 45 miljoen euro, wat overeenkomt met een pakket aan volksleningen van 1,5 tot 2,25 miljard euro, afhankelijk van de intrestvoet. Op zich is dat een aardig bedrag, maar het is zeer weinig in vergelijking met de totale massa aan opgenomen krediet, die volgens de Centrale voor Kredieten aan Ondernemingen in België in oktober 2013 neerkwam op ongeveer 120 miljard euro. Bovendien is meer dan 70 procent van het bedrag gespendeerd aan kredieten op middellange en lange termijn.

Interessante rendementen

De consument moet kiezen tussen enerzijds een lage, deels belastingvrije intrest op een spaarboekje, met de zekerheid dat de gelden onmiddellijk opvraagbaar zijn, of anderzijds een iets hogere intrest op een volkslening belastbaar tegen 15 procent, met de zekerheid dat de gelden de eerste vijf jaar geblokkeerd zijn. Het iets hogere rendement van de volkslening zou er over enkele jaren weleens helemaal anders kunnen uitzien, wanneer de huidige historisch lage rente plaats maakt voor normale waarden en het spaarboekje opnieuw tussen 2 en 3 procent rendement oplevert.

Vraag en aanbod

Sinds 2008 is er een duidelijke vraag naar soepeler krediet, maar tegelijk zien we een afname van het krediet door een verstrakking in het leenbeleid van de banken. De volkslening wil daaraan tegemoetkomen. Toch zijn het diezelfde risicoaverse banken die autonoom beslissen of ze een project met gelden uit de volkslening zullen financieren. Sinds de crisis heeft de Belgische overheid al een kleine 20 miljard euro in de vier 'Belgische' grootbanken geïnvesteerd. Het soepeler monetair beleid van de ECB heeft ontegensprekelijk ook bijgedragen tot een grotere liquiditeit in de markt. En toch bewegen de banken haast niet.

Geheime agenda

De promotie van de volkslening houdt dus weinig steek. Anders bekeken, klinkt de uitgifte echter al veel logischer: een afzwakking van de regeringsbeslissing om het intresttarief te verhogen naar 25 procent en een hernieuwde poging van minister Geens om de bevolking vertrouwd te maken met een uniforme belasting op vastrentende financiële producten, gekoppeld aan een eenmalige vrijstelling, ongeacht het type product.

Onze partners