08/07/11 om 08:26 - Bijgewerkt om 08:26

De francofone strategie achter de aanpak van Di Rupo

Net terug van een weekje vakantie en met volle moed de lectuur van de nota van Di Rupo aangevat. Ruim twee uur later verbaast me maar één ding, dat er in de eerste uren na de vrijgave van die nota zo'n enthousiasme door het land ging. Dat kan alleen maar met onvolledige of onzorgvuldige lectuur te maken gehad hebben.

Deze nota, zelfs na wat boetseren links en rechts, had als blauwdruk voor een regeerakkoord het land echt geen goed gedaan, pour dire le moindre.

In het sociaaleconomische luik vallen vooral de massieve belastingsverhogingen op. De besparingen stellen niet veel meer voor dan pie in the sky. De hervormingen van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid zijn nauwelijks meer dan cosmetica. De index blijft onaantastbaar. Bij de staatshervorming en de financiering zitten er meer addertjes onder het gras dan dat er gras staat.

Een verstandig man als Elio di Rupo moet zonder de minste twijfel geweten hebben dat deze voorstellen in Vlaanderen geen schijn van kans maakten, zelfs indien ze nog wat bijsturing kregen. Zo maakte N-VA-voorzitter Bart De Wever vorige week in Trends nog nadrukkelijk het punt dat er onder geen enkel beding een verdere stijging van de torenhoge fiscale druk mocht komen.

De vraag was alleen of het afschieten van de nota onmiddellijk zou gebeuren of na enkele weken van pijnlijke en uitzichtloze 'onderhandelingen'. Het is dus het eerste geworden. Tussen haakjes, dit gebeurde zonder één rimpel op de financiële markten. Conclusie: die markten vinden het minstens niet erg dat de nota-Di Rupo naar de prullenmand verwezen werd.

Zit er een francofone strategie achter deze aanpak? Ja. De essentie van die strategie is tijd rekken om twee redenen. Ten eerste, zolang er geen echt nieuwe regering komt, blijft alles bij het oude en blijft een kaduke financiering van het federale model ongewijzigd. De Franstaligen weten dat ze hoe dan ook financieel moeten inleveren bij een nieuwe staatshervorming. Hoe langer die staatshervorming achterwege blijft, hoe beter.

Ten tweede, tijd rekken verhoogt ook de kans op het discrediteren van Bart De Wever en de N-VA. Meer dan ooit beseffen de Franstaligen dat het met De Wever geen business as usual is. Zowel voor het sociaaleconomisch beleid als voor de staatshervorming zet De Wever zich schrap voor principes van goed huisvaderschap. Zijn eisenbundel ligt dicht bij wat instellingen als het IMF, de OESO en de Europese Commissie voorstellen, dus een groot sérieux valt moeilijk te ontkennen.

Hoe langer De Wever vanuit een quasi-isolement zijn verzet moet aanhouden tegen een non-beleid zoals in de nota-Di Rupo, hoe groter de kans dat hij in de publieke opinie in de fout gaat. De Wever communiceert meesterlijk, maar de toegeworpen bananenschillen beginnen zo dik te liggen, dat een uitschuiver steeds moeilijker te vermijden is. Eens dat gebeurt, zal men het er snel over eens zijn dat er nieuwe verkiezingen moeten komen. Dan wordt business as usual misschien wel weer mogelijk.

Onze partners