04/04/13 om 09:24 - Bijgewerkt om 09:24

De Europese excuustruus

Onze politici klinken al te vaak als de onvergetelijke Manuel uit Fawlty Towers.

Wie iets ouder is, maakte het al eens mee. In 1999, de aanloop naar de start van de euro , sloegen onze nationale politici ons voortdurend plat met het argument 'het moet van Europa'. We moesten een begrotingstekort van maximaal 3 procent halen als het belangrijkste toegangscriterium om tot het startpeloton van de monetaire unie te worden toegelaten. De race naar die 3 procent leidde tot allerhande gekke toestanden, tot en met zwaar gemanipuleerde begrotingscijfers. In België kwam de klap op de vuurpijl met de historische uitspraak van de toenmalige gouverneur van de Nationale Bank dat "3,999 ook 3 procent is".

We zijn anderhalf decennium later, en hoe meer de dingen veranderen, hoe meer ze gelijk blijven. Ook nu pompen de leden van de regering het er bij de bevolking in dat er moet gesaneerd en bespaard worden, en dat belastingen omhoog moeten omdat er een Europees traject wordt opgelegd. I'm from Barcelona and I know nothing. Onze politici klinken al te vaak als de onvergetelijke Manuel uit Fawlty Towers. In de aanloop naar de begrotingscontrole kreeg België van Europa een soepeler norm voor 2013, maar ten gronde blijft het beeld van een Europees budgettair korset. Die voortdurende verwijzing naar het Europese dictaat voor de noodzaak om het begrotingstekort af te bouwen, is op minstens twee punten erg funest.

Ten eerste is het naast de kwestie. Een land als België moet niet saneren omdat Europa dat eist. Zonder Europa zou de noodzaak om orde op zaken stellen in onze publieke financiën minstens even dwingend zijn. België zit al met een schuldgraad van boven de 100 procent van het bruto binnenlands product (bbp) opgezadeld na het desastreuze begrotingsjaar 2012. De vergrijzing brengt een uitgaventsunami op gang waar we in het beste geval marginaal op voorbereid zijn. Willen we vermijden dat de toekomstige generaties verzuipen in de schulden, dan moeten we saneren. Nu. Dat onze politici zich voortdurend achter Europa verschuilen, getuigt niet van moed. Bovendien krijgen vele mensen daardoor een heel verkeerde kijk op wat er nu met die publieke financiën echt aan de hand is.

Ten tweede, het voortdurend aanwenden van Europa als een schaamdoekje om te saneren maakt dat Europa steeds meer bezoedeld raakt in de publieke opinie. Te veel mensen zien Europa nu als een dwingelandij, een obstinate bestraffer. We moeten van Europa allemaal onaangename dingen doen. Dat in steeds meer landen steeds meer mensen zich afkeren van Europa heeft alles te maken met het misbruik dat nationale politici maken van Europa als excuustruus. Er schort veel aan Europa, maar het helpt zeker niet om verdedigbare, zelfs nobele Europese doelen te discrediteren door het Europese uithangbord onrechtmatig te bekladden.

Dit alles mag niet de indruk wekken dat er helemaal geen verband bestaat tussen Europa en de noodzaak om de publieke financiën in landen als België te saneren. Een heel concreet voorbeeld is de aanpak van de Cypriotische crisis. Europese politici verkondigen nu heel luid dat Cyprus een uitzonderlijk geval was waarvan de aanpak zeker niet mag veralgemeend worden. Dat is niet juist. In de aanpak van een bankencrisis werden de bakens wel degelijk verzet. Onder impuls van Duitsland heeft Jeroen Dijsselbloem, de Nederlandse voorzitter van de eurogroep, een nieuw traject uitgetekend. Als een bank omvalt, moeten voortaan eerst de aandeelhouders en de obligatiehouders en vervolgens de eigenaars van grote deposito's (boven de 100.000 euro) aangesproken worden. Pas dan eventueel de belastingbetaler.

Deze nieuwe aanpak is correct, maar blijft niet zonder gevolgen. Investeerders worden selectiever om bankobligaties op te nemen en grote depositohouders kijken zeker ook kritischer naar de balansen van banken. Vele banken zitten tjokvol staatspapier. Naarmate de lidstaten hun publieke financiën niet of onvoldoende onder controle krijgen en houden, wegen ook zij negatief op de solvabiliteit van de banken. De financieringsbronnen van de banken drogen dan snel en vaak onbeheersbaar op. Onvoldoende saneren houdt dus een verhoogd risico op bankcrises in. Daardoor duiken begrotingen dan nog meer in het rood, niet het minst omdat een ernstige bankcrisis altijd gepaard gaat met een recessie. Daar weten we alles over sinds 2008. Of dat zou je toch durven te vermoeden.

Onze partners