25/04/13 om 11:35 - Bijgewerkt om 11:34

De dwingelandij van de schuld

'4 redenen waarom het toch goedkomt', titelde de cover van Trends op 28 februari. Technologische doorbraken, de wereldwijde entrepreneurial drive, de ruime beschikbaarheid van liquiditeiten en nieuwe perspectieven voor de energievoorziening vormden ons klavertjevier.

'4 redenen waarom het toch goedkomt', titelde de cover van Trends op 28 februari. Technologische doorbraken, de wereldwijde entrepreneurial drive, de ruime beschikbaarheid van liquiditeiten en nieuwe perspectieven voor de energievoorziening vormden ons klavertjevier.

Dat blijft vandaag zo, al wegen verscheidene omgevingsfactoren almaar zwaarder op de groei- en de ontwikkelingsmogelijkheden van het sociaaleconomische systeem.

De aanslepende eurocrisis, de wereldwijde schuldophoping en het monetaire beleid dat daardoor wordt geïnspireerd, zijn de belangrijkste afremmende factoren. Het negatieve nieuws over de eurocrisis blijft de positieve ontwikkelingen overschaduwen. De creatie van een bankenunie lijkt verder af dan een jaar geleden. Budgettair haalt zogoed als niemand de afgesproken cijfers. Landen als Griekenland, Portugal, Cyprus en Spanje verkeren in een depressie, met werkloosheidscijfers die aan de Grote Depressie van de jaren dertig doen denken. Met Italië en Frankrijk gaat het sociaal, economisch en financieel van kwaad naar erger, al blijft dat voorlopig onder de radar. Jens Weidmann, de voorzitter van de Duitse Bundesbank, zei in een interview met de Wall Street Journal dat de eurocrisis nog een decennium kan aanslepen. De vraag mag worden gesteld of de draagwijdte van zo'n uitspraak voldoende doordringt.

Hoewel ze een eigen dynamiek en specifieke kenmerken vertoont, maakt de eurocrisis deel uit van een wereldwijde schuldencrisis. De grafiek zet die crisis in perspectief. Het geheel van de schulden van de gezinnen, de ondernemingen, de financiële instellingen en de overheden in de OESO-landen -- zowat de twintig rijkste landen ter wereld -- wordt daarin uitgedrukt als een percentage van het bruto binnenlands product (bbp). A priori is er geen enkele reden waarom die ratio door de tijd zou stijgen. Het is logisch dat er nominaal meer krediet wordt opgenomen als de economie groeit, maar uitgedrukt als percentage van het bbp hoeft die ratio niet te stijgen.

Uit de grafiek blijkt dat de algemene schuldratio tussen 1960 en begin jaren tachtig rond 300 procent van het bbp blijft schommelen. In de loop van de jaren tachtig begint het fundamenteel fout te gaan en schiet de schuldratio door tot boven 700 procent van het bbp. Tot de klap tussen 2007 en 2009. De lichte schuldafbouw die zich sindsdien heeft voltrokken, komt in hoofdzaak op het conto van de Amerikaanse gezinnen. Merk op dat de schuldopbouw vooral doorzette in de financiële sector. De enorme oploop van schulden in die sector is een complex fenomeen, dat samenhangt met een veelheid aan factoren. Maar veel wijst erop dat de zogenoemde Greenspan-put ('put' afgeleid van 'putoptie') een grote rol speelde -- en vandaag nog speelt, al gaat het dan om de Bernanke-Draghi-Kuroda-put. Die put komt erop neer dat de financiële sector ervan uitgaat dat het beleid hoe dan ook te hulp schiet als de problemen nijpend worden. Sinds 1987 werd die theorie meermaals bevestigd.

Die algemene schuldratio moet naar beneden. De schulden kunnen op drie manieren worden afgebouwd: door groei, inflatie en/of defaults. Dat laatste scenario komt erop neer dat gezinnen, ondernemingen, banken of landen failliet gaan en hun schulden niet meer kunnen afbetalen. Inflatie komt op gang door een buitenissig monetair beleid, iets waar vandaag -- beleefd uitgedrukt -- de kiemen voor worden gezaaid. Zowel inflatie als defaults verstoren het sociaaleconomische en maatschappelijke leven ingrijpend. Ze kunnen ook politiek tot heel onaangename situaties leiden.

De enige manier om een schuldprobleem op een constructieve manier op te lossen, is economische groei. Dat is een moeilijk en pijnlijk proces. Maatschappelijk is het uiteraard niet aangenaam jarenlang systematisch een deel van de groei op te offeren om schulden af te betalen. Maar het allergrootste probleem is dat er daarvoor eerst groei moet zijn. De demografie en de verstorende overheidsinterventies in de geïndustrialiseerde landen zijn daarvoor een groot structureel probleem. Gaat het echt tien jaar duren voordat we dat allemaal op een rijtje hebben?

Onze partners