08/08/11 om 09:06 - Bijgewerkt om 09:06

Crisis: er is veel méér aan de hand dan alleen de VS-downgrade

De fundamentele problemen van deze crisis worden niet aangepakt, schrijft Trends-hoofdredacteur Johan Van Overtveldt.

Crisis: er is veel méér aan de hand dan alleen de VS-downgrade

© EPA

Hoewel de schade maandagmorgen beperkt blijft, heerst er nervositeit op de beursvloer. De downgrade van de Verenigde Staten door Standard & Poor's speelt daarin zeker een rol. Het is echter compleet fout de economische en financiële malaise volledig daaraan op te hangen. Minstens drie fundamentele onzekerheden verlammen vandaag de markten en zorgen voor wijd verspreide risico-aversie.

Eén. De zwaarste naoorlogse financiële crisis leidde eind 2008, begin 2009 tot een ineenstorting van de economie die gedurende enkele maanden intensiever was dan de val gedurende de Grote Depressie van de jaren 1930. De beleidsfouten gemaakt tijdens die Grote Depressie indachtig, grepen de monetaire en budgettaire autoriteiten nu wel adequaat in. Via massale geldcreatie en snel aandikkende begrotingstekorten werd de vraaguitval en de deflatie bestreden. Dat beleid was succesvol en het tij keerde onverwacht vlug.

Aan dat stimuleringsbeleid moet echter onvermijdelijk een einde komen. Zover zijn we nu vandaag en het is zeer de vraag of de spontane groeikrachten van de economie volstaan om de trein op de rails én in beweging te houden. De jongste gegevens vanuit de eurozone en zeker de VS wijzen duidelijk in de richting van een groeivertraging, of erger. Dit zorgt voor grote onzekerheid daar een nieuwe recessie erg negatief zal inwerken op, onder meer, de gezondheid van het bancaire systeem en de publieke financiën.

Twee. Het bancaire systeem en de publieke financiën blijven zelfs zonder nieuwe recessie in zorgwekkende toestand. Wat het bancaire systeem betreft, blijkt uit de analyses van o.m. het IMF en de Bank voor Internationale Betalingen dat het Amerikaanse banksysteem zich grondiger saneerde dan het Europese dat blijft lijden onder gebrek aan kapitaal, te grote afhankelijkheid van volatiele markt-funding en te veel lijken in de kast van de activa. De jongste stress tests van de Europese banken illustreerden deze tekortkomingen (tenminste voor wie aandachtig de resultaten onder de loep nam).

Meer nog dan het bancaire systeem baart echter de evolutie van de publieke financiën grote zorgen. De twee zijn overigens innig aan elkaar gelinkt: de banken zitten tjokvol met papier uitgeschreven door de overheden en doen er zich problemen voor bij de banken, dan zet dit onmiddellijk druk op de publieke financiën.

De downgrade van de VS geeft aan wat de markten en analisten reeds lange tijd beseffen: de publieke financiën zitten in de VS, in Japan en nagenoeg alle euro-lidstaten op crash-koers. De escalatie van de overheidsschuld is absoluut niet houdbaar, niet in het minst omdat de effecten van de veroudering van de bevolking zich nog volop moeten gaan laten voelen. De markten betwijfelen ten zeerste of de overheden er zullen in slagen om dat schuldtraject om te bouwen (vandaar de downgrade van de VS en verdere downgrades inde komende weken van een aantal landen).

Wat de markten helemaal niet geloven, is dat diezelfde overheden er zouden in slagen om die ombuiging toch te doen op een manier de economische groei niet te zeer in de wielen rijdt (wat vereist dat de sanering in hoge mate via besparingen op de niet-investeringsuitgaven zou moeten lopen). Wie kan de markten ongelijk geven in het licht van de systematische incompetentie waar politici op het vlak van het beheer van de publieke financiën blijk hebben van gegeven?

Drie. Zelfs met de beslissingen van de top van eind juli raken de bewindvoerders van de eurozone nauwelijks aan de fundamentele problemen van de monetaire unie. De houdbaarheid van die monetaire unie staat op het spel. Het gaat dan in essentie om twee elementen. Ten eerste, het gebrek aan politieke unie waardoor er veel te weinig afdwingbaarheid bestaat inzake de regels die binnen een monetaire unie moeten gerespecteerd worden. Ten tweede, het gebrek aan arbeidsmobiliteit en aan prijs- en loonflexibiliteit om de monetaire unie schok-bestendiger te maken.

Bovendien raken Griekenland en allicht ook Portugal en Ierland niet uit de problemen: het huidig beleid institutionaliseert de recessie en zet alzo zeer hoge druk op het ganse maatschappelijke bestel in deze landen. Het is een kostelijk en alles behalve aanlokkelijk alternatief maar het verlaten van de eurozone vormt voor deze landen, met Griekenland op kop, allicht de enige manier om terug enig perspectief op herstel en maatschappelijke rust te verwerven.

Er kunnen veel lapmiddelen uit de hoge hoed getoverd worden: een nieuw rondje QE in de VS, verhoogde aankoop van Spaans, Italiaans en ander papier door de ECB of ronkende verklaringen van politici. Deze crisis zal echter gewoon blijven doorgaan als van de hierboven aangegeven problemen niet ernstig werk wordt gemaakt.

Onze partners