Alain Mouton
Alain Mouton
Redacteur bij Trends
Opinie

12/12/13 om 13:33 - Bijgewerkt om 13:33

CRB zingt een slaapliedje over de loonkosten

Met het jongste CRB-rapport hopen de regering-Di Rupo en de vakbonden aan te tonen dat het Belgische loonkostenprobleem bijna van de baan is. Ze dwalen.

CRB zingt een slaapliedje over de loonkosten

© belga

Volgens de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) bedroeg de sinds 1996 opgebouwde loonkostenhandicap 4,8 procent in 2012.

Op basis van de jongste prognose van de OESO verwacht de CRB dat de loonkostenhandicap zal verminderen tot 3,8 procent in 2014. Dat is een gevolg van de maatregelen die de regering genomen heeft. Een reële loonbevriezing voor 2013-2014 moet de concurrentiekracht van de ondernemingen versterken. Volgens de CRB levert deze aanpak resultaat op aangezien de lonen in Duitsland - onze belangrijkste handelspartner - wel stijgen in reële termen (bovenop de index dus). Daarnaast heeft een verlaging van de werkgeversbijdragen een neerwaartse impact op de loonkostenhandicap. Voorts zijn er de ingrepen in de indexkorf om de inflatie en dus de indexering te vertragen.

Meteen lijkt het bewijs geleverd dat de regering wel degelijk werk maakt van het wegwerken van de Belgische loonkostenhandicap. Volgens de socialistische vakbond ABVV is er volgend jaar zelfs geen sprake van een loonkostenhandicap wanneer allerlei loonsubsidies worden meegeteld. Als de 6,1 miljard euro van de jaarlijks toegekende loonsubsidies in rekening wordt genomen (4% van de loonmassa), dan valt de loonhandicap volledig weg.

Wie de cijfers van nabij bekijkt, komt al snel tot de vaststelling dat de optimisten over het loonrapport zich schromelijk vergissen. De CRB-studie is eigenlijk een slaapliedje over loonkosten indien een aantal structurele aspecten van de Belgische concurrentiehandicap over het hoofd worden gezien.

Om te beginnen gaat het hier om een loonkostenhandicap die berekend wordt vanaf 1996, het jaar dat de wet op het concurrentievermogen in werking trad. De echte historische loonhandicap bedraagt 16,5 procent. Volgens het VBO duurt het in het huidige tempo nog meer dan dertig jaar voor die handicap is weggewerkt. De technologiefederatie Agoria legt naast de cijfers van de CRB een analyse van het Duitse IMK-instituut, gebaseerd op Eurostat-cijfers over de loonkosten in 2012 in alle EU-landen. Die cijfers bevestigden dat in ons land de loonkosten per uur 40,4 euro bedragen. Daarmee is België het op een na duurste land in de EU. In Duitsland, Frankrijk en Nederland liggen de loonkosten met respectievelijk 31 euro, 34,9 euro en 31,4 euro beduidend lager.

Ten tweede komt de CRB tot de conclusie dat de loonkostenhandicap in twee jaar tijd met 1 procent daalt. Nochtans had de regering-Di Rupo ons voorgehouden dat de competitiviteitsmaatregelen de handicap met 1,6 procent zouden doen dalen. Aan de Wetstraat 16 zou men dus nog beter even wachten om de champagnekurken te laten knallen.

Derde punt van kritiek: de CRB maakt een voorspelling voor 2014 terwijl in het verleden vaak bewezen is dat de instelling de loonkostenevolutie in het buitenland overschat had. Nu is het wel zo dat er in Duitsland al enige tijd sprake is van een zekere loondrift. Na jaren van loonmatiging mogen de werkende Duitsers eindelijk aan de kassa passeren. Maar een recent rapport van Deutsche Bank waarschuwt: zodra de Duitse regering en sociale partners merken dat de loondrift uit de hand begint te lopen en het Duitse exportmarktaandeel aanvreet, zullen bedrijven inzake looneisen de vinger op de knip houden. Dit flexibele loonbeleid is mogelijk omdat onze oosterburen geen automatische loonindexering kennen. Terwijl dit stelsel nog altijd een molensteen om de nek van de Belgische concurrentiekracht is.

Ten slotte moeten de analyses over de impact van de loonsubsidies op de loonkosten met een flinke korrel zout worden genomen. Slechts een zeer beperkt deel van die subsidies heeft een effect op de concurrentiekracht van de ondernemingen. Het gros van die toelagen gaan naar non-profit of naar sectoren die enkel gericht zijn op de binnenlandse markt, zoals de sector van de dienstencheques.

Om de concurrentiehandicap weg te werken, moet de volgende federale regering niet één maar drie versnellingen hoger schakelen.

Onze partners