Jozef Vangelder
Jozef Vangelder
Redacteur bij Trends
Opinie

21/06/12 om 17:12 - Bijgewerkt om 17:12

China en Rusland gaan eigenzinnig met WTO-regels om

Via hun lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie hebben China en Rusland zich op papier bekeerd tot de vrije markt. Of ze zich ook aan de spelregels zullen houden - ook als het pijn doet - is een ander paar mouwen.

Het Russische lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de club die ijvert voor de liberalisering van de internationale handel, begint al goed. Het Russische parlement ratificeert normaal deze zomer het toetredingsverdrag. In een rapport van eerder deze maand stelt de EU echter dat Rusland een van de ferventste gebruikers is van handelsbarrières "die niet conform zijn verplichtingen als aankomend lid van de WTO zijn". Anders gezegd, Rusland overtreedt al de clubregels nog voor het lid wordt.

Tijd om zich aan te passen heeft Rusland nochtans genoeg gehad. Over het toetredingsverdrag is achttien jaar onderhandeld. Aan de basis van het Russische uitstelgedrag ligt de prijs die het land moet betalen voor de zegeningen van de vrijhandel. Volgens de Wereldbank betekent het WTO-lidmaatschap voor Rusland een jaarlijkse extra groei van 3 en op termijn zelfs 11 procent. Maar president Vladimir Poetin weet dat zijn land eerst door een hard transformatieproces moet. Veel Russische sectoren zijn niet opgewassen tegen de internationale concurrentie. Vrijhandel zou dus massaal banenverlies betekenen en Poetins tanende populariteit nog meer aanvreten. Een open en competitieve economie botst ook met de belangen van het groepje machtige en steenrijke Russische oligarchen die, hoog boven de wetten verheven, amper koest te houden zijn door Poetin.

Geen wonder dus dat Poetin maatregelen zal nemen om "de sleutelsectoren van de economie te beschermen", zoals hij onlangs verklaarde. De deur gaat pas open als Rusland en zijn oligarchen daar klaar voor zijn.

China heeft het op zijn Chinees aangepakt. Het land is sinds 2001 lid van de WTO en past de clubregels toe als dat goed uitkomt. Dat wil zeggen, als de Chinese staatsbedrijven daar beter van worden. Grote delen van de Chinese markt blijven gesloten voor buitenlandse investeerders. Wie wel binnen mag, heeft eerst zijn technologie moeten delen met een Chinees staatsbedrijf. Menig westers bedrijf heeft zo tegen wil en dank een nieuwe concurrent gemaakt.

Europees commissaris voor Handel Karel De Gucht vindt het al een hele stap dat China bereid is te praten over een investeringsverdrag dat de Chinese markt toegankelijker maakt voor onze bedrijven. Na meer dan tien jaar Chinees WTO-lidmaatschap werd het zo stilaan tijd. China houdt de agenda echter strak in handen. Want het land weet dat de westerse bedrijven zijn groeimarkt nodig hebben in deze barre tijden. En de armlastige Europese en Amerikaanse overheden moeten geen grote mond opzetten als ze hun obligaties nog willen verkopen aan China.

Natuurlijk hebben Rusland en China ook het Westen nodig. Rusland om zijn aardgas en olie te slijten, China om via de verkoop van consumentenproducten zijn fabrieken te doen draaien. Maar dat betekent nog niet dat beide landen de vrije-markteconomie zullen omhelzen.

Het Westen doet er goed aan de zaken ook niet te forceren. In Rusland en China staat een goed opgeleide, zelfbewuste middenklasse op. Met wat geluk leidt dat van onderuit naar meer rechtszekerheid en een transparante economie. Maar eerst moeten we nog door een reeks schuldencrisissen, inflatiespiralen, vastgoedzeepbellen en andere ontwrichtingen, met de nodige maatschappelijke reacties tot gevolg. De weg naar de vrije markt is vaak bochtig en lang.

Onze partners