Brexit en besparingen treffen vooral armeren in Groot-Brittannië

Protest tegen het Britse besparingsbeleid (Londen, 21 November 2017). © Reuters

De inkomens van met name de armste gezinnen in Groot-Brittannië zijn er in 2017 behoorlijk op achteruitgegaan. Dat zorgde voor de grootste stijging van de armoede sedert Iron Lady Margaret Thatcher in Downing Ten resideerde. Die vaststellingen maakte de Resolution Foundation, een Britse denktank, dinsdag aangehaald in de krant The Independent.

Het cijfermateriaal van de Foundation maakt duidelijk welke negatieve impact de combinatie van de Brexit(-maatregelen) en het besparingsbeleid van de conservatieve regering, in combinatie met een onverwacht hoge inflatiesprong, hebben op de levensstandaard van de modale Brit. De officiële data gaan vooralsnog niet verder dan het jaar 2016, maar met behulp van statistische extrapolatie en aanpassingstechnieken schilderde de denktank toch al een verloederingsbeeld van het vorig jaar.

Voor het laagste derde van de werkende bevolking daalde het inkomen in 2017 met 50 tot 150 pond, rekende de Resolution Foundation voor. Voor de rest van de werkende bevolking stagneert het inkomen, ondanks een inflatie in 2017 van boven de 3 procent. Historisch gezien blijft het gemiddelde loon in Groot-Brittannië laag.

Het aantal armen, waaronder verstaan wordt gezinnen die minder dan 60 procent van het mediaaninkomen verdienen, steeg van 22,1 tot 23,2 procent. Dat is de grootste stijging op één jaar tijd sinds 1988, toen de Britse regering nog geleid werd door Maggie Thatcher. De kinderarmoede, aldus de denktank, schoot de hoogte in: van 30,3% tot 33,4 procent. Nochtans is, aldus econoom Adam Cortlett van de organisatie, het belijden van de poging tot verminderen van de kinderarmoede een programmapunt van alle partijen geweest in de recente decennia.

Het stagneren van het mediale inkomen wijt de denktank onder meer aan het immer toenemende aandeel van de inkomsten dat naar de éénpercenters gaat, de hoogste inkomens.

Partner Content