Patrick Claerhout
Patrick Claerhout
Patrick Claerhout is redacteur bij Trends.
Opinie

30/01/14 om 14:59 - Bijgewerkt om 14:59

Betaalde België te veel of te weinig voor Belfius?

De Europese commissie oordeelt dat België in 2011 te veel betaalde voor Belfius. Nochtans zal dat maar over een paar jaar duidelijk worden.

Betaalde België te veel of te weinig voor Belfius?

© Belga

België legde in oktober 2011 4 miljard euro op tafel om Dexia Bank België (later omgedoopt tot Belfius) uit de Dexia-groep te halen. Volgens een rapport van de Europese Commissie, dat de krant De Tijd kon inkijken, betaalde onze regering toen 1 à 2 miljard te veel. De echte waarde van de bank bedroeg 2 à 3 miljard euro, zo berekenden onafhankelijke deskundigen voor de Commissie.

Er bestaat al jaren discussie over de vraag of België zich heeft laten rollen bij de overname van Belfius. Daarom is het goed de omstandigheden van eind september/begin oktober 2011 even in herinnering te brengen. Het werd de buitenwereld toen langzaamaan duidelijk dat Dexia aan de rand van de afgrond stond. Spaarders haalden miljarden van hun rekening. Om een einde te maken aan de bankrun moest de Belgische bank snel uit de Dexia-groep gehaald en genationaliseerd worden.

Die onderhandelingen waren moeilijk omdat de Fransen niet wilden verkopen. Belfius was immers het liquiditeitscentrum van de hele financiële groep. De verkoop van Belfius betekende de facto het einde van Dexia. Frankrijk eiste bovendien dat België de boekwaarde van Belfius (circa 8 miljard euro) zou betalen. Alles onder dat bedrag zou Dexia (waarvan de Franse staat een belangrijke aandeelhouder was) als verlies moeten doorslikken. Frankrijk had dus baat bij een zo hoog mogelijke prijs.

De Belgische staat bood aanvankelijk 2 miljard euro. Volgens sommige bronnen werd hij daarin geadviseerd door de Nationale Bank. Die had de overheid naar verluidt ingefluisterd 2 miljard te betalen en het bod eventueel met nog eens 2 miljard te verhogen mits de uitvoering van een due dilligence (boekenonderzoek). Hoewel dat onderzoek er nooit gekomen is, stemde de regering toch in met een overnameprijs van 4 miljard euro. Dit was de prijs die België wilde betalen om een catastrofe voor zijn spaarders te voorkomen.

Dat 4 miljard euro een forse prijs is, staat buiten kijf, mede omdat Belfius een stuk van de slechte obligatieportefeuille (o.a. Griekenland) meenam. Daar boekte de staatsbank al snel een verlies van 1,2 miljard euro op. Maar ook voor Dexia was de verkoop van Belfius een ramp. Dexia publiceerde over 2011 een verlies van liefst 11,6 miljard euro. Daarin zat een minwaarde van 4 miljard euro op de verkoop van Belfius.

Critici zeiden in die periode dat België beter meer betaald had voor Belfius, op voorwaarde dat de restportefeuille volledig bij Dexia zou worden ondergebracht. Het had het voordeel van de duidelijkheid gehad. In dat scenario had Belfius met een propere lei kunnen starten, terwijl de bank nu nog werkt aan haar herstel. Door al het slechte papier naar Dexia te verschuiven, had de holding sneller tot een 'bad bank' omgevormd en geherkapitaliseerd kunnen worden. Nu duurde het nog tot eind 2012 voor die operatie plaatsvond. Wellicht hadden we dan verder gestaan dan we vandaag staan.

Bovendien zal pas over een paar jaar blijken of België nu al dan niet te veel betaald heeft. Belfius stevent af op een jaarwinst van naar schatting 400 miljoen euro, wat tegenover de overnameprijs een return on investment van 10 procent vertegenwoordigt. Als de staatsbank erin slaagt haar kapitaalbuffers te versterken en haar commerciële model te herdenken, kan ze vanaf 2016 als een overnamebruid gepresenteerd worden. Behoudens een implosie van de financiële markten is de kans klein dat de Belgische overheid haar inleg niet recupereert. Integendeel, stel dat Belfius over een paar jaar met een mooie winst verkocht wordt, wie zal dan nog beweren dat we te veel betaald hebben?

Onze partners