"We hebben meer solidariteit nodig"

03/09/10 om 10:16 - Bijgewerkt om 10:16

Bron: Trends

In een gesprek met Trends pleit Jean Peterbroeck voor meer solidariteit. De voormalige voorzitter van de Brusselse Beurs en medeoprichter van Petercam heeft het dan niet enkel over het bedrijfsleven.

"We hebben meer solidariteit nodig"

Jean Peterbroeck begon zijn carrière in de financiële sector meer dan een halve eeuw geleden. Hij legde in 2000 zijn functie als vennoot-beheerder van het beursgenoteerde Petercam neer, maar zei de financiële wereld geen vaarwel. Hij werd voorzitter van de raad van bestuur van Petercam, maar ook van Eunonext en later NYSE Euronext. Tot André Bergen hem in april 2009 opvolgde.

"De waarde van een beurs wordt bepaald door de bedrijven die er genoteerd staan, want die zijn als een visitekaartje", vertelt Jean Peterbroeck. "Het visitekaartje van Brussel heeft veel van zijn glans verloren in de jaren tachtig en negentig toen tal van grote ondernemingen werden overgenomen door buitenlandse groepen. Vooral door een gebrek aan solidariteit."

Door een gebrek aan solidariteit? Peterbroeck: "Ja, dan denk ik bijvoorbeeld aan de 'grote Belgische bank' midden jaren negentig. Alle plannen lagen op tafel en toch is dat project niet doorgegaan omdat sommigen een te groot ego hadden. De Belg is net iets te individualistisch en niet solidair genoeg om een nationale identiteit te verdedigen."

Tijdens de bankencrisis had u heel harde woorden over voor de Amerikaanse overheid. Treft die net zoveel schuld als de bankiers? Peterbroeck: "Vooral de Amerikaanse politici zijn verantwoordelijk voor de crisis. Tijdens de Clinton-jaren beslisten ze dat elke burger het recht moest hebben om zijn eigen huis te bezitten. En dus pushten ze Fannie Mae en Freddie Mac, de twee semioverheidsinstellingen, om hypothecaire kredietportefeuilles van bedenkelijke kwaliteit te verwerven. Daarbij komt nog dat de overheid te weinig toezicht heeft gehouden. Maar de kracht van de banklobby is niet te onderschatten."

De 'oude garde' wijst vaak met een beschuldigende vinger naar het winstbejag van de jonge generatie. Vindt u dat ook?
Peterbroeck: "In feite is dat onze versie van het Angelsaksische model. In Europa werden voornamelijk ethische principes gehanteerd. Maar toen zijn we allerlei regels gaan opleggen, op z'n Amerikaans. Met een kwalijk gevolg: sommigen denken dat alles wat niet verboden is, mag. Net als Etienne Van Campenhout (de andere oprichter van Petercam, nvdr) heb ik in het prille begin van mijn carrière stage gelopen in Wall Street, eind jaren vijftig, en daar heb ik gezien hoe agressief mijn Amerikaanse collega's tewerk gaan, hoe ze letterlijk vechten voor klanten en commissies. Dat verwijt maken we soms ook aan de bankloketten die het product van de week verkopen, gestimuleerd door ad-hoccommissies."

Uw familie doet ook veel aan liefdadigheidswerk. Bijvoorbeeld met een gift aan het museum van Louvain-la-Neuve of via de stichting Jean-François Peterbroeck. Waarom?
Peterbroeck: "Mijn vrouw en ik hebben deze stichting opgericht ter nagedachtenis van onze zoon die begin 1993 overleden is. De stichting heeft de bouw gefinancierd van een middelbare school voor autistische kinderen in Neder-over-Heembeek, geopend op 12 oktober 2009 door minister Marie-Dominique Simonet. De stichting heeft ook bijgedragen aan de bouw van het ziekenhuis Mère et Enfant in Ruyigi, Burundi. Ik vind dat als je een hogere opleiding hebt gevolgd op kosten van de Staat en zo iets hebt weten te maken van je leven, dat je op een of andere manier je dankbaarheid moet tonen door solidair te zijn."

G.L.

Onze partners