Voka: 'Belgische concurrentiekloof met Nederland dreigt alleen maar groter te worden'

07/12/17 om 15:02 - Bijgewerkt op 08/12/17 om 18:03

Overheidsfinanciën, fiscaliteit, arbeidsmarkt maar ook mobiliteit. Op tal van domeinen hinkt België achterop ten opzichte van Nederland, leert een Voka-studie. Enkel voor onderwijs en onderzoek & ontwikkeling scoort België beter. Stijn Decock, hoofdeconoom van Voka, waarschuwt: "Als we niets doen dreigt de concurrentiekloof met Nederland alleen maar groter te worden."

Voka: 'Belgische concurrentiekloof met Nederland dreigt alleen maar groter te worden'

De Nederlandse en Belgische premier Rutte en Michel © belga

Er was een tijd dat de Belgen schamper deden over de Nederlandse economie. De Grote Recessie hakte tien jaar gelden dieper bij onze noorderburen dan in België.

Die recessie ging gepaard met het uiteenspatten van de Nederlandse huizenzeepbel. Heel wat gezinnen kwamen met hun hypotheek onder water te staan. De regering voerde vanaf 2010 onder leiding van Mark Rutte zware besparingen door, wat de economische groei fnuikte.

België kwam aanvankelijk relatief goed uit de crisis door minder te besparen. Het consumentenvertrouwen werd ondersteund door de lonen die via de indexering bleven stijgen. "Maar die voorsprong was relatief", schrijft hoofdeconoom Stijn Decock in een Voka-paper waarin de Belgische en Nederlandse economie wordt vergeleken.

"De prijs die België betaalde tegenover Nederland was een zwakkere concurrentiepositie en veel minder duurzame overheidsfinanciën."

Ondertussen is de Nederlandse economie opnieuw in blakende gezondheid. Met het regeerakkoord tussen VVD, D66, CDA en ChristenUnie zal Nederland zijn economische positie nog versterken, aldus Decock.

En hij waarschuwt: "Als we niets doen, dreigt de concurrentiekloof met Nederland alleen maar groter te worden." Het Voka-kenniscentrum zet de pijnpunten op een rij: voor overheidsfinanciën, fiscaliteit, arbeidsmarktbeleid en mobiliteit hinkt België achterop. In onderwijs en onderzoek & ontwikkeling beschikken we nog over een bonus ten opzichte van de noorderburen.

1.Nederlandse overheidsfinanciën zijn onder controle, de Belgische niet

De besparingen van 18 miljard euro die de regering-Rutte in de periode 2010-2012 doorvoerde, kreeg aanvankelijk veel kritiek, maar onze noorderburen plukken daar nu wel de vruchten van.

De Nederlandse begroting sluit dit jaar naar verwachting af met een overschot van 0,7 procent van het bbp. In België blijft het tekort rond -1,5 procent van het bbp schommelen. De sanering van de overheidsfinanciën was de voorbije jaren in België geen prioriteit. Onder de regering Di Rupo (2011-2014) werden pogingen in die richting ondernomen door de belastingen te verhogen, maar omdat de uitgaven niet onder controle waren daalde het begrotingstekort tergend traag.

De regering-Michel kon het tekort doen dalen van -3 procent naar -1,5 procent van het bbp, maar dat is veel minder dan de regering vooropgesteld.

2. Nederland bouwt een fiscale voorsprong op

De rooskleurige budgettaire situatie laat de Nederlandse regering Rutte III toe de belastingen te verlagen. De belastingen op inkomen en arbeid dalen tegen het einde van de legislatuur met 7,5 miljard euro.

In de personenbelasting blijven slechts twee tarieven over: een basistarief van 36,93 procent en een toptarief van 49,5 procent.

Ook de Belgische regering voert een hervorming van de personenbelasting door, maar die is minder ambitieus: het tarief van 30 procent wordt geleidelijk afgeschaft en de ondergrens van 45 procent wordt verhoogd.

De verlaging van de vennootschapsbelasting gaat in Nederland ook een stuk verder dan bij ons. De bestaande tarieven van 25 en 20 procent dalen naar respectievelijk 21 en 16 procent. Die zullen tegen het einde van de legislatuur lager liggen dan de Belgische, die nochtans ook neerwaarts zijn bijgesteld richting 25 procent voor grote bedrijven (2020) en 20 procent voor kmo's (2018).

Karl Collaerts van het Voka-kenniscentrum: "De Nederlandse en Belgische regering voeren al bij al een gelijkaardig beleid. De Nederlanders genieten echter van een ruimere budgettaire marge, waardoor ze grotere stappen kunnen zetten."

3. Nederland is gidsland voor arbeidsmarktbeleid

In Nederland bedraagt de werkzaamheidgraad 77 procent, in België is dat 67,7 procent. Voor arbeidsmarktbeleid geldt Nederland dan ook als gidsland. De arbeidsmarkt is er veel flexibeler. Zo zijn bij de noorderburen opeenvolgende tijdelijke contracten tijdens een langer periode mogelijk.

Maar tegelijk worden er maatregelen genomen om de doorgeschoten flexibiliteit te beperken: de nieuwe Nederlandse regering legt beperkingen op aan nuluren- of oproepcontracten.

Ook wordt de vaak zeer dunne lijn tussen zzp'ers (zelfstandigen zonder personeel), schijnzelfstandigen en werknemers aangepakt. "Nederland timmert verder aan de modernisering van de arbeidsmarkt met als credo: het minder vast maken van vast werk en het minder flexibel maken van flexwerk", aldus Voka-arbeidsmarktexpert Sonja Teughels. "Daar kan België enkel maar van leren."

4. Nederland investeert extra in mobiliteitsinfrastructuur

De Belgische overheid investeerde de afgelopen jaren nauwelijks 0,6 procent van het bbp in transportinfrastructuur. Nederland gaf het dubbele uit. In de competitiviteitsindex van het World Economic Forum (WEF) prijkt Nederland op de derde plaats voor kwaliteit van infrastructuur. België staat 24ste en zakt jaarlijks verder weg.

De kloof met Nederland zal de komende jaren nog groter worden. De nieuwe Nederlandse regering gaat 2 miljard euro extra investeren in mobiliteitsinfrastructuur.

5. Een Belgische of Vlaamse bonus: het onderwijs

In onderwijs moet België, of toch Vlaanderen, niet onderdoen voor Nederland. In de PISA-ranking, het internationale onderzoek van de OESO naar de prestaties van scholieren haalt Vlaanderen hogere resultaten dan Nederland.

De nieuwe Nederlandse regering heeft onderwijsplannen, maar die zijn niet revolutionair. Al kan Nederland ook daarvoor meer middelen vrijmaken dan Vlaanderen. Zo investeren onze noorderburen 100 miljoen euro in de verbetering van techniekonderwijs, in Vlaanderen is dat 5 miljoen euro.

Op een paar domeinen schuift Nederland wel richting Vlaanderen op: het hoger onderwijs wordt meer gedemocratiseerd. Het inschrijvingsgeld in Nederland wordt verlaagd en de bachelor- en masteropleidingen worden minder selectief.

6. Vlaanderen heeft voorsprong voor onderzoek & ontwikkeling

De ondermaatse investeringen in onderzoek & ontwikkeling (O&O) zijn al jaren de zwakke plek van de Nederlandse economie. De private O&O-uitgaven liggen in Nederland met 1,3 procent nog net op het Europese gemiddelde. In België is dat 1,9 procent.

Ook de Belgische overheidsinvesteringen liggen met 0,79 procent iets hoger dan de Nederlandse (0,67%). De Vlaamse regering-Bourgeois wil tegen 2019 een half miljard euro meer uitgaven aan O&O dan aan het begin van de legislatuur.

De publieke O&O-intensiteit zal licht toenemen naar 0,8 procent van het bbp. De regering-Rutte wil het onderzoeksbudget optrekken tot jaarlijkse 200 miljoen euro extra vanaf 2020. In vergelijking met Vlaanderen eerder aan de zuinige kant, aldus de Voka-studie.

Onze partners