Sociaal overleg is klinisch dood

05/10/11 om 11:22 - Bijgewerkt om 11:22

Bron: Trends

In elk sociaal-economisch dossier staan werkgevers en vakbonden tegenwoordig lijnrecht tegenover elkaar.

Sociaal overleg is klinisch dood

© belga

Tegen 1 oktober moesten de sociale partners het Generatiepact uit 2005 evalueren en aan ontslagnemend minister van Werk Joëlle Milquet (CDH) daarover een advies uitbrengen. Een deadline die niet gehaald is. "Het is een zeer moeilijk dossier en we moeten nog zeker een aantal dagen vergaderen. De standpunten liggen zeer ver uiteen", luidt het bij experts van werkgevers en vakbonden.

Op basis van de cijfers die binnen de Natioanele Arbeidsraad (NAR) verzameld zijn vinden de vakbonden dat het Generatiepact, dat tot doel had de vervroegde uittreding tegen te gaan, gewerkt heeft. Zo is de werkzaamheidsgraad (het aantal werkenden in verhouding tot degenen die kunnen werken) van de 55-plussers in België gestegen van 31,8 procent in 2005 naar 37,3 procent in 2010.

Veel te weinig, zeggen de werkgevers, want België bekleedt daarmee de voorlaatste positie in West-Europa. De werkgevers willen de leeftijd voor vervroegde uittreding onmiddellijk optrekken tot 62 jaar. Onaanvaardbaar voor de vakbonden, en dus wordt de hete aardappel zo goed als zeker doorgespeeld naar de volgende federale regering. Die moet net als in 2005 beslissen welke maatregelen nodig zijn om de vervroegde uittreding tegen te gaan.

Vakantieherinneringen

Het Generatiepact is een symbolisch zwaar beladen dossier, maar dat de sociale partners het zelfs niet eens geraken over de interpretatie van de cijfers toont aan dat er wat schort aan het sociaal overleg. "De fut is eruit", zegt een lid van de Groep van 10, het gremium verantwoordelijk voor het sociaal overleg, "En eigenlijk is het sociaal overleg klinisch dood. Symptomatisch was de informele ontmoeting van de Groep van 10 een paar weken geleden. Het was eerder een samenkomst van mensen die elkaar al maanden niet meer gezien hadden en vakantieherinneringen ophaalden."

Reden van dit immobilisme: het interprofessioneel akkoord (IPA) dat begin dit jaar werd afgesloten met hulp van de regering. Dat heeft diepe worden geslagen. Aanvankelijk had iedereen zijn handtekening gezet onder het loonakkoord maar daarna schoten de vakbonden ABVV en ACLVB het af. Sindsdien boeken de sociale partners in geen enkel sociaaleconomisch dossier nog vooruitgang. Zo willen de werkgevers dat het stelsel van automatische loonindexering wordt bijgestuurd om de hoge Belgische loonkosten binnen de perken te houden. De vakbonden willen daar niet van horen. "De index is onze AAA", zegt het ABVV. Ook hier zal de volgende regering een beslissing moeten nemen.

Arbeiders-bedienden

Idem voor het eenheidsstatuut arbeiders-bedienden. In het IPA werd een zeer ingewikkelde regeling opgenomen om de ontslagregelingen voor arbeiders en bedienden meer op elkaar af te stemmen. Maar deze zomer stelde een arrest van het Grondwettelijk Hof dat tegen 8 juli 2013 alle verschillen in sociaal statuut tussen arbeiders en bedienden verdwenen moeten zijn. Werkgevers betwijfelen of ze via het sociaal overleg over het eenheidsstatuut überhaupt nog een akkoord kunnen bereiken. Ook hier klinkt het dat "dit via een driepartijenoverleg zal gebeuren. Samen met de regering".

Alain Mouton

Lees meer over:

Onze partners