SERV kraakt Vlaams energiebeleid

13/04/11 om 10:37 - Bijgewerkt om 10:37

Bron: Trends

In een uitgebreid rapport maakt de Sociaal Economische Raad voor Vlaanderen (SERV) brandhout van het Vlaamse hernieuwbare-energiebeleid.

SERV kraakt Vlaams energiebeleid

© belga

Bouwstenen aanreiken voor een grondige evaluatie. Dat is de bedoeling van de 550 bladzijden dikke analyse die de SERV maakte van het hernieuwbare energiebeleid.

Maar de organisatie wil liever één keer grondig sleutelen aan het hele systeem, desnoods zelfs een volledig nieuw systeem op poten zetten, dan het herhaalde gesleutel zoals dat nu gebeurt.
Het rapport is immers niet bedoeld om hernieuwbare energie af te branden. Integendeel: de SERV is "een overtuigd voorstander van een ambitieus hernieuwbare-energiebeleid."

Maar er is nog flink wat werk aan de winkel voor Vlaams minister van Energie, Freya Van den Bossche (sp.a). Immers: in theorie is het Vlaamse systeem van groenestroomcertificaten (GSC) efficiënt. Tenminste als er een goede marktwerking is. Het rapport, droog: "In Vlaanderen is die er niet."

Veel te duur Het gevolg is dat we met zijn allen honderden miljoenen euro's te veel betalen om de doelstellingen voor hernieuwbare energie te halen.

Tel even mee: 335 tot 560 miljoen euro aan windfall profits hebben de producenten en leveranciers tot nu al gemaakt. Dat zijn winsten die het gevolg zijn van de vaste prijs voor een groenestroomcertificaat en het gebrek aan marktwerking. Daarin zitten de zonnepanelen niet inbegrepen.

Aan de steun voor zonnepanelen hangen tegen 2020 (en de tien daaropvolgende jaren) voor 175 miljoen euro efficiëntiekosten vast: extra uitgaven omdat het Vlaamse GSC-systeem minimumprijzen toekent die boven de marktprijs voor certificaten liggen. Daardoor wordt die te dure technologie rendabel gemaakt, maar dat beleid kost wel maximaal 1,7 miljard euro tussen 2010 en 2020.

Daarbovenop komen nog efficiëntieverliezen doordat zonnepanelen meer steun krijgen dan de onrendabele top: het deel van de inkomsten dat nodig is uit de productie van energie om de netto contante waarde van een investering op nul te doen uitkomen. Voor de bestaande installaties alleen al ging het in 2010 om 95 tot 130 miljoen euro. "Zonnepanelen zijn vandaag goed voor 15 procent van de hernieuwbare-energieproductie, maar ook voor 44 procent van de kosten."

Voorts hebben de leveranciers tussen 2002 en 2009 in totaal 110 tot 285 miljoen euro meer aangerekend aan hun klanten dan het groenestroomcertificatensysteem hen kostte.

Energie besparen Ook gaan er veel middelen naar productiesteun, terwijl het hernieuwbare-energiebeleid breder moet worden bekeken. De prioriteit zou veel meer moeten gaan naar energiebesparing. "Finaal komt men op het terrein van het industrieel beleid: hoe kunnen de schaarse middelen best worden ingezet om bepaalde activiteiten bewust en gericht te stimuleren?"

Hoewel we ooit toppers waren voor windenergie, behoort Vlaanderen of België in geen enkel segment van de hernieuwbare energie nog tot de prima donna's. Terwijl 44 procent van de middelen naar de zonnepanelensector gaat, waarin Vlaanderen amper meespeelt, gaat er veel minder steun naar bijvoorbeeld bouwers van windmolencomponenten, of de biomassasector, waar we mogelijk nog wel een rol van betekenis kunnen spelen.

Geen visie Het kernpunt is echter, schrijven de specialisten, dat een debat over de wijziging of vervanging van het systeem pas echt mogelijk is, wanneer er een visie is over de richting van het beleid, en welke doelstellingen het moet realiseren.

"Eerst moeten we uitmaken welke technologieën en toepassingen we willen ondersteunen, en waarom. Misschien moet er worden gefocust op zaken die beter dan andere kunnen zorgen voor duurzame groei en werkgelegenheid, bevoorradingszekerheid, duurzame energievoorziening, CO2-besparing, enz... Pas nadien is de tweede stap mogelijk: een debat over hoeveel steun deze technologieën nodig hebben en welke ondersteuningssystemen het meest geschikt zijn om de beoogde resultaten te realiseren."

LH

Lees meer over:

Onze partners