Negeer de Vlaamse meerderheid niet langer

25/05/14 om 21:58 - Bijgewerkt om 21:58

Bron: Trends

Plus ça change, plus c'est la même chose. Die uitdrukking blijft nergens meer van toepassing dan in het federale België. Trends-hoofdredacteur Daan Killemaes houdt de verkiezingsuitslagen tegen het licht. Een analyse.

Negeer de Vlaamse meerderheid niet langer

© belga

Plus ça change, plus c'est la même chose. Want terwijl in Vlaanderen de verkiezingsoverwinning van de N-VA de steeds luidere roep om sociaaleconomische hervormingen onderstreept, schiet aan Waalse kant het status-quo nog dieper wortel. In Vlaanderen wordt verkiezing na verkiezing gevraagd om een centrumrechtse regering. Dat signaal kan niet langer genegeerd worden.

In Vlaanderen zijn de kaarten duidelijk geschud. De N-VA krijgt het gevraagde mandaat voor verandering, terwijl de traditionele partijen die deel uitmaakten van de regering-Di Rupo de schade kunnen beperken. Op Vlaams niveau is een coalitie van de N-VA en CD&V de logica zelve. Een tripartite van de N-VA, CD&V en Open VLD is mogelijk nog een beter idee, want die entente kan ook het geraamte vormen van een sterke centrumrechtse regering op federaal niveau.

Want daar wordt de volgende vijf jaar de sociaaleconomische toekomst gesmeed. Daar moeten de hervormingen gebeuren die de welvaartsstaat betaalbaar houden, die nieuwe economische groei mogelijk maken en die de vergrijzing voorbereiden. Denk aan een ernstige verlaging van de lasten op arbeid en de versteviging van de concurrentiepositie. Denk aan het intomen van de overheidsuitgaven. Denk aan het wegwerken van het begrotingstekort. Denk aan het in de tijd beperken van de werkloosheidsuitkeringen. Denk aan het optrekken van de (effectieve) pensioenleeftijd.

De Wetstraat 16 wordt geen cadeau voor de premier die deze opdracht ernstig wil aanpakken, toch niet in de eerste jaren. Wel biedt een legislatuur van vijf jaar aan die regering het perspectief om zelf te oogsten wat ze via hard labeur moet zaaien. In elk geval is dit zowat de laatste kans om de Belgische overheidsfinanciën en concurrentiepositie op het droge te trekken, voor de industriële exportbasis te zwaar is aangetast en voor de vergrijzingsgolf over de kaaimuren slaat. Nog eens vijf jaar aanmodderen, zoals de regering-Di Rupo dat deed, kan dit land zich niet meer veroorloven.

Maar om een federale sociaaleconomische herstelregering in de steigers te zetten, moeten ook aan Franstalige kant voldoende partners gevonden worden. Wie een blik werpt op de verkiezingsuitslagen in het zuiden fronst meteen de wenkbrauwen. De PS verliest fors terrein, maar die stemmen worden deels opgepikt door de nog linksere PTB, die haar opwachting maakt in het federale parlement. De PS zal zich behoorlijk onverzettelijk opstellen, tenzij het slechte resultaat voor een paleisrevolutie zorgt, en iets hervormingsgezindere figuren, zoals Jean-Claude Marcourt, het dirigeerstokje overnemen.

Zonder de PS ligt de sleutel voor de vorming van een herstelregering in handen van de MR en het cdH. Samen hebben ze ruim 40 procent van de stemmen aan Waalse zijde, wat mogelijk te weinig is, tenzij Didier Reynders het premierschap wordt aangeboden als pasmunt. Een coalitie van de N-VA, CD&V, Open VLD, de MR en het cdH haalt in elk geval een comfortabele meerderheid in het federale parlement. Reynders heeft de sleutel in handen.

Toch mag er ook niet voorbijgegaan worden aan de vaststelling dat de partijen die de regering-Di Rupo gesmeed hebben, nog altijd over een voldoende ruime meerderheid beschikken om ook Di Rupo II te vormen. De N-VA is dus niet helemaal incontournable. De Waalse partijen kunnen daarbij de beproefde tactiek van wait & see toepassen, en hopen dat de druk van de financiële markten de traditionele Vlaamse partijen doet buigen en opnieuw in een federale regering zonder de N-VA doet stappen, net als in 2011. Maar hebben de traditionele Vlaamse partijen daar nog zin in, gegeven de duidelijke keuze en onderstroom in Vlaanderen? CD&V en Open VLD moeten toch ook beseffen dat regeren zonder de N-VA zowel Vlaams als federaal behoorlijk ongeloofwaardig is.

Als noch een federale herstelregering (zonder PS), noch een nieuwe status-quoregering (zonder N-VA) op korte termijn tot de mogelijkheden behoort, is de patstelling nog duidelijker dan in 2010. Een regering vormen met de N-VA én de PS, tja, begin er maar aan. Water en vuur levert stoom op in de fysica, maar niet in de Belgische politiek.

De financiële markten zullen enig geduld opbrengen (de Europese Centrale Bank heeft de markten vakkundig aan de ketting gelegd), maar een politieke blokkering staat natuurlijk ook de broodnodige sociaaleconomische hervormingen in de weg, en ook Vlaanderen kan zich dat niet meer veroorloven. Als er op federaal niveau geen toekomstgericht beleid meer mogelijk is, dan is het federale huis, zes staatshervormingen ten spijt, uitgewoond, en dringt zich een grondige renovatie op, zoals het confederalisme. Moed haalt het van het geweld, zei Bart De Wever. Hopelijk durft Didier Reynders dat te herhalen om het land een nieuw perspectief te bieden.

Lees meer over:

Onze partners