Lange formatie: een 1981 of een 1991-scenario?

26/05/14 om 11:10 - Bijgewerkt om 11:10

Bron: Trends

De federale regeringsvorming zal sterk lijken op die van na de verkiezingen van 1981 en van 1991. In het eerste geval werd een anti-PS-herstelregering op poten gezet. Na Zwarte Zondag moest de winnaar eerst uit de bocht gaan vooraleer rooms-rood verder deed als Dehaene I.

Lange formatie: een 1981 of een 1991-scenario?

© belga

We gaan even meer dan dertig jaar terug in de tijd: op 8 november 1981 vinden parlementsverkiezingen plaats. De christendemocraten verliezen fors, liberalen, Volksunie en socialisten (SP en zeker PS) winnen fors. De PS blijft in Wallonië met 36,2 procent van de stemmen de grootste, maar iedereen is de Waalse socialisten zo beu als koude pap. De PS blijft belangrijke sociaaleconomische hervormingen tegenhouden terwijl de Belgische concurrentiekracht fel verzwakt, de handelsbalans diep in het rood gaat en de overheidsfinanciën ontsporen. Onder de vorige regering - de kortstondige Mark Eyskens I - wordt als nooit tevoren gespeculeerd tegen de Belgische frank. Het kan de PS niet deren. Guy Mathot spreekt als minister van Begroting de historische woorden dat "het deficit er vanzelf is gekomen en ook vanzelf zal verdwijnen".

Het Waalse staal staat aan de rand van de afgrond en wanneer diezelfde staalarbeiders betogen tegen de opgelegde herstructureringen, zegt Mathot doodkalm dat hij "niet zal optreden als de Luikse metallo's de bankkantoren aanvallen". In de Nationale Bank wordt gedacht aan een lineaire loonsverlaging van 10 procent om de concurrentiekracht te herstellen. Antwoord van Georges Debunne (ABVV): "Als ze dat doen, steken we het land in de fik."

België is de zieke man van Europa en de Wetstraat weet dat. Ondanks de sterke positie van de PS wordt een regering gevormd van christendemocraten en liberalen om het land economisch weer op de sporen te krijgen: er volgt een devaluatie, indexsprongen en zware saneringen. De regeringen-Martens-Gol (1982-1987) krijgen mythische proporties. "De beste regeringen sinds WO II", wordt in christendemocratische hoek vandaag nog altijd gezegd.

Als het van Bart De Wever (N-VA) afhangt, krijgen we straks opnieuw zo'n herstelregering. Vlaams is er een duidelijke centrumrechtse meerderheid. Aan Franstalige kant niet, maar MR en CDH zouden toch een stuk in de 40 procent scoren. In politiek Brussel is al een tijdje te horen - ook bij liberalen - dat men de PS eigenlijk beu is. Bovendien heeft de partij van Di Rupo slecht gescoord en wordt ze op haar linkerflank zwaar aangevallen door de PTB. Een gewond dier is gevaarlijk. Bovendien zijn er in de PS al een tijdje stemmen die opgaan om zeker federaal vijf jaar voor oppositie te kiezen. De druk van de Europese Commissie is groot om doortastende economische hervormingen door te voeren: de begroting saneren, de vergrijzing aanpakken, de arbeidsmarkt voort flexibiliseren, de loonlasten verlagen, desnoods via ingrepen in de index, ... Wil de PS daarin meestappen? Aan de Keizerslaan is men niet enthousiast.

Het lijkt een unieke kans om op Belgisch niveau nog eens een centrumrechtse regering te vormen. Met Didier Reynders (MR) als premier? Voor de naar Brussel uitgeweken Luikenaar zou dit de ultieme bekroning zijn: een regering zonder de PS leiden. Daarmee zou hij zelfs beter doen dan zijn leermeester Jean Gol.

De zandbak van 1991-1992

Maar het zou ook kunnen dat de regeringsformatie lijkt op die van 1991. Na Zwarte Zondag hangen de traditionele partijen in de touwen. De CVP valt onder de historische grens van 30 procent. De jongerenafdelingen van de christendemocraten revolteren bijna. Nu is het aan de anderen om de kastanjes uit het vuur te halen, zegt de CVP. De liberalen van wat toen nog de PVV heette, behaalden een kleine overwinning. Guy Verhofstadt had net zijn eerste burgermanifest klaar en krijgt de opdracht een regering te vormen.

De liberaal wil breken met het verleden en hoopt op een paarse regering. Hij bijt echter zijn tanden stuk op de coalitievorming, zeker omdat de SP zo'n regering niet ziet zitten. Uiteindelijk moet de Gentenaar de handdoek in de ring gooien. Achteraf wordt door politieke analisten gesteld dat Verhofstadt de formatieopdracht van Laken kreeg met het doel hem te doen struikelen.

Gebeurt straks hetzelfde met Bart De Wever? Hem laten spartelen en dan aantonen dat hij geen regering kan vormen. Om na een aantal maanden over te gaan tot de orde van de dag en de regering-Di Rupo II te vormen met een klassieke tripartite? Het is wat de CVP in 1991-1992 heeft gedaan. Eerst moest Verhofstadt op zijn bek gaan, daarna kreeg PSC'er Melchior Wathelet Sr. een formatieopdracht die tot mislukken gedoemd was. Die weken waren voor de CVP voldoende om intern de wonden te likken.

Partijvoorzitter Herman Van Rompuy maakte duidelijk dat "het spelen in de zandbak" voor Wathelet voorbij was en het tijd werd voor ernstige dingen. Jean-Luc Dehaene kwam aan zet en kon op 7 maart 1992 aan de slag. Het was een voortzetting van de rooms-rode regering. Over de nederlaag van 24 november 1991 werd nog amper gesproken.

Lees meer over:

Onze partners