Isabel Verlinden (PwC): 'Europees verbod Belgische rulings schendt rechtszekerheid'

09/01/16 om 11:23 - Bijgewerkt op 11/01/16 om 16:39

De Europese Commissie heeft meegedeeld dat het Belgische regime van de zogenoemde overwinstrulings (excess profit rulings) een vorm van verboden staatssteun is. De Belgische regering moet een plan uitwerken om die steun terug te eisen. Het zou gaan om 700 miljoen euro

Isabel Verlinden (PwC): 'Europees verbod Belgische rulings schendt rechtszekerheid'

© Belga

De beslissing van de Europese Commissie volgt op soortgelijke demarches tegen Luxemburg (rulings met Fiat) en Nederland (Starbucks). Ook het fiscale gunstregime voor Amazon en McDonald's stuit op kritiek. Ierland ligt onder vuur met het fiscale regime dat Apple er sinds 1991 geniet. In tegenstelling tot die andere landen wordt het Belgische belastingregime an sich gebrandmerkt. België moet de 'illegale staatssteun' dus terugeisen voor elk bedrijf dat er een beroep op heeft gedaan.

"Bij de eerste waarschuwende signalen vanuit de Europese Commissie hebben we het systeem on hold gezet en geen excess profit rulings meer afgeleverd (sinds februari 2015)", reageert minister van Financiën Johan Van Overtveldt. "We zullen in de onderhandelingen handelen in het belang van de rechtszekerheid en ons economisch weefsel. Het verdere verloop van die onderhandelingen zal onze positie bepalen. Op dit moment sluiten we geen enkele optie uit. Dat geldt ook voor het eventueel instellen van een beroep tegen de beslissing." I

Excessieve winst

Sinds 2004 heeft België bij wet een manier ingevoerd om beslissingscentra van internationaal actieve ondernemingen hier te vestigen of te houden. Via een voorafgaand akkoord of 'ruling' bij de belastingadministratie werd een deel van de winst uitgesloten van de vennootschapsbelasting, zodat enkel het saldo werd belast tegen 33,99 procent.

De reden: een Belgische onderneming die als hoofdkwartier opereert, heeft een lagere kostenstructuur dan vennootschappen die moeten investeren in onderzoek en ontwikkeling of in merken. Het hoofdkwartier kan het voordeel van de naam en de knowhow die elders is opgebouwd, in de hogere prijszetting meenemen.

Dat geeft aanleiding tot 'overwinst', die niet binnen het Belgische fiscaal stelsel zou moeten vallen. Het gaat dus over winst die excessief is als men de vergelijking maakt met een onafhankelijke onderneming die zelf moet investeren in mensen en middelen om dat prijsniveau te bereiken.

Sweetheart deals

"Dat is louter de toepassing van de internationale spelregels die meer dan dertig jaar geleden door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) werden bepaald en die de meeste landen als standaard hebben", weet Isabel Verlinden, wereldwijd hoofd van de Transfer Pricing-afdeling van PwC, die als de uitvinder van de Belgische excess profit ruling wordt beschouwd. "De argumenten van de Commissie om die rulings te veroordelen houden juridisch geen steek."

In totaal gaat het om rulings met 35 multinationals. Waren de 700 miljoen euro aan ontweken belastingen dan fiscale cadeaus, zoals de Commissie stelt? "Ik ben al sinds 1993 in transfer pricing actief en heb sindsdien in België nooit over één enkel fiscaal cadeau onderhandeld met de rulingcommissie", aldus Verlinden. "De reactie van de Commissie is overdreven. De excess profit rulings zijn geen instrument om buitenlandse investeringen aan te trekken met sweetheart deals, zoals ze argumenteert. Het beste bewijs is dat ook Belgische internationale groepen er gebruik van maken. Net of de Belgische fiscus in zijn eigen voet zou schieten."

Delen

'Ondernemingen die België nu ontwijken, blijven niet blind voor het geflirt van Groot-Brittannië met zijn uiterst attractieve fiscale tarief'

Verlinden vreest voor de reputatieschade voor ons land. "Ondernemingen hebben die rulings in het volste vertrouwen afgesloten, vaak jaren geleden. De juridische robuustheid ervan stond niet ter discussie. Niemand verwachtte dat de Europese Commissie meer dan tien jaar later het wapen van de oneerlijke concurrentie zou hanteren. Het is een van de meest draconische maatregelen tegen onoorbare praktijken van lidstaten. Fiscale concurrentie wordt immers door de Wereldhandelsorganisatie ondersteund. Het is nooit vertoond dat men de rechtszekerheid die ondernemingen dachten te genieten zo flagrant met de voeten treedt."

Populistisch discours

Bovendien heeft de OESO in oktober 2014 het mandaat afgerond dat het van de G20 had gekregen om base erosion and profit shifting (BEPS, het verschuiven van winsten naar landen met voordelige belastingregimes) door ondernemingen te bestrijden. Brievenbusvennootschappen en geheime belastingdeals behoren daardoor definitief tot het verleden. "Het lijkt er op dat de Europese Commissie met haar procedures een tegenwicht wil vormen voor het werk van de OESO, die het initiatief om schadelijke fiscale concurrentie aan te pakken naar zich aan het toetrekken was", denkt Verlinden. "De Amerikaanse fiscus en vele anderen fronsen de wenkbrauwen over wat de exacte drijfveer kan zijn. Het lijkt wel of de Commissie op die manier een uniforme Europese vennootschapsbelasting mogelijk wil maken. Vooral grote landen zoals Frankrijk en Duitsland hopen zo meer belastingen binnen te rijven."

Margrethe Vestager, de eurocommissaris voor de Mededinging, heeft misschien electorale motieven op haar Deense thuisbasis om op de trein te springen van "een vrij populistisch discours" over fiscale moraliteit. Beroepsprocedures slepen jaren aan, terwijl carrières sneller evolueren. Het raakt haar minder dat het Europees Hof van Justitie, als er beroep wordt aangetekend, anders kan oordelen dan de Commissie.

Verlinden: "Uiteraard is het kalf tegen dan al lang verdronken. Grote landen zullen daarvan profiteren. Ondernemingen die België nu ontwijken, blijven niet blind voor het geflirt van Groot-Brittannië met zijn uiterst attractieve fiscale tarief. Dat kan nog verder verlagen tot 18 procent. In elk geval moeten we in België alle krachten mobiliseren tegen de terugvordering. Dat is niet alleen slecht voor de reputatie van het land, maar bovendien te complex om uit te voeren."

Op dit moment is nog niet bekend over welke 35 multinationals het precies gaat

Onze partners