Gezocht: jobs voor wie niet wil werken

20/12/17 om 21:00 - Bijgewerkt op 05/01/18 om 19:31
Uit Trends van 21/12/17

De Amerikaanse beroepsbevolking en de inflatie moeten allebei groeien in 2018.

Gezocht: jobs voor wie niet wil werken

Donald Trump en Fed-voorzitter Jerome Powell © reuters

De economie van Amerika gedraagt zich niet zoals verwacht. Toen de werkloosheid tot onder de 4,5 procent daalde, begon de Federal Reserve het monetaire beleid aan te scherpen, door de rentetarieven te verhogen en zijn programma van kwantitatieve versoepeling (geld creëren door obligaties op te kopen) af te bouwen.

Bij de kleine bedrijven is het vertrouwen torenhoog. De investeringen nemen toe. Maar ondanks die aanwijzingen voor een zeepbel en de zorgen van de centrale bankiers, blijft de inflatie te laag. De grote vraag voor 2018 is of de lonen en de prijzen eindelijk zullen stijgen om het herstel van de economie na de financiële crisis af te sluiten.

Inflatiedoelstelling

De Fed heeft de jongste zes jaar bijna elk jaar zijn inflatiedoelstelling van 2 procent niet gehaald. Omdat de centrale bank voortdurend is tekortgeschoten, betwijfelden de financiële markten of ze haar doelstelling wel echt wilde halen.

De consumentenverwachtingen voor de inflatie zijn ook afgenomen. Een tijdlang leek alles door de verkiezingsoverwinning van Donald Trump te zijn wakkergeschud. De markten verwachtten belastingverlagingen die de begroting zouden opdrijven, waardoor de rente op tienjarige staatsobligaties, die deels gestoeld is op inflatieverwachtingen, van ongeveer 1,8 tot ruim 2,5 procent steeg.

Het is afwachten of dat ook zo blijft nu de grote belastingverlaging toch door het parlement lijkt te geraken. Lage langetermijnrentevoeten maken het weer waarschijnlijk dat de toekomst er een is van zwakke vraag en lage inflatie. Zo'n stagnatie is de grootste bedreiging van de economie.

De mannen die Amerika mist

De beleidsmakers kunnen die tot een realiteit maken. Ze zouden op hun hoede moeten zijn voor een te snelle aanscherping van het beleid. Het risico bestaat dat de Fed zich harder gaat opstellen naarmate Trump de vacatures bij de centrale bank invult. De Republikeinen vragen al jaren om een strakker monetair beleid. Misschien veranderen ze van gedachte zodra ze benoemd zijn. Tenslotte zegt Trump dat hij van lage rentevoeten houdt.

Maar het gevaar bestaat dat de centrale bank de groei van de arbeidsmarkt te vroeg beknot. In plaats daarvan zou de Fed, terwijl de inflatie laag blijft, moeten kijken hoeveel extra jobs Amerika nog kan scheppen.

De arbeidsparticipatie in de groep van 25 tot en met 54 jaar ligt nog altijd een stuk onder het record van 80 procent van 2007. In tegenstelling tot het werkloosheidcijfer zijn daarin ook diegenen opgenomen die niet naar werk zoeken. Om de tewerkstelling weer naar dat peil te tillen, zijn er 2,5 miljoen extra banen nodig zonder rekening te houden met de bevolkingsgroei.

Of dat mogelijk is voordat de inflatie stijgt, hangt af van de vraag of een trend van tientallen jaren kan worden omgebogen. Sinds de jaren zestig is het percentage arbeidsgeschikte mannen dat daadwerkelijk werkte, steeds verder gedaald, omdat productiearbeiders hun banen verloren aan het buitenland of aan de automatisering. In 2007 was de arbeidsparticipatie al dicht bij een recordlaagte. De daaropvolgende diepe recessie drukte dit cijfer meerdere jaren nog verder omlaag (zie grafiek).

Gezocht: jobs voor wie niet wil werken

© US Bureau of Labour Statistics

Er spelen ook andere factoren mee. Recent onderzoek door de econoom Alan Krueger wijst erop dat een vijfde van de arbeidsparticipatiedaling bij mannen tussen 1999 en 2015 verband houdt met Amerika's drugsverslaving.

En omdat het percentage voor de groep van 25 tot 34 jaar helemaal niet is gestegen na de recessie, vragen sommigen zich af of de aantrekkingskracht van de moderne videogames jongemannen ervan weerhoudt te gaan werken. Jonge vrouwen daarentegen hebben de voorbije twee jaar massaal de arbeidsmarkt betreden. Hun arbeidsparticipatiepercentage ligt hoger dan tien jaar geleden.

Als meer mannen aangemoedigd worden te gaan werken, kan dat zowel de inflatie binnen de perken houden als de economische groei stimuleren. Aan de andere kant blijft de bevolking vergrijzen.

Aanhoudende groei van 3 procent onwaarschijnlijk

In het volgende decennium zullen pensioneringen bijna zeker het groeipercentage onder het peil van voor de financiële crisis houden. Hoewel een tijdelijke piek mogelijk is, als de arbeidsparticipatie toeneemt, is het onwaarschijnlijk dat er een aanhoudende groei van 3 procent komt, zoals de begroting van de regering-Trump voorspelt.

Ook Trump vormt een risico voor de economie. Veel punten van zijn handelsprogramma, van het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsakkoord tot China, zijn nog niet uitgevoerd. Als hij, zoals hij gedreigd heeft, invoerrechten gaat heffen of zich uit Nafta terugtrekt na mislukte onderhandelingen, zal de economie daaronder lijden.

Een belastingpakket dat het begrotingstekort sterk verhoogt, kan een tijdelijke energiestoot geven, maar de resulterende hogere schuld zou nog tientallen jaren op de economie wegen.

Slecht beleid is niet de enige dreiging. Sommigen zijn bezorgd voor het moment dat de lonen weer groeien en de winstmarges onder druk komen te staan. Het bedrijfsleven heeft zich de jongste jaren in de schulden gestoken en zal dan misschien op personeel en investeringen beknibbelen.

De bedrijven leken in ieder geval onwillig om de lonen te verhogen. De groei van het gemiddelde uurloon is blijven steken op zo'n 2,5 procent, ook al is de werkloosheid lager dan ooit.

Geopolitieke dreigingen

Naast de schuldenlast van bedrijven zouden geopolitieke dreigingen, zoals een Noord-Korea met kernwapens, investeerders bang genoeg kunnen maken om de reële economie een klap te bezorgen. Toch is de kans groot dat de periode van economische groei doorzet en de op een na langste aller tijden wordt. En als de Fed niet wordt afgeschrikt door de hogere inflatie, kunnen werknemers eind 2018 misschien eindelijk het gevoel krijgen dat er een economische boom begonnen is. Trump zal daar zeker de eer voor opeisen.

De auteur, Henry Curr, is redacteur Amerikaanse economie van The Economist

Onze partners