Gevecht om nieuwe wet loonnorm

04/09/13 om 10:25 - Bijgewerkt om 10:25

Bron: Trends

Om de concurrentiekracht van de ondernemingen te versterken, wil de federale regering de wet op de loonnorm van 1996 herzien. Hoe? Daarover zijn de meningen verdeeld.

Gevecht om nieuwe wet loonnorm

© ThinkStock

Om de concurrentiekracht van de ondernemingen te versterken, wil de federale regering de wet op de loonnorm van 1996 herzien. Hoe? Daarover zijn de meningen verdeeld.

De regering-Di Rupo wil dit najaar werken aan de competitiviteit van de Belgische ondernemingen. Een aanpassing van de wet op het concurrentievermogen uit 1996 is daar een onderdeel van. Die wet moest ervoor te zorgen dat de Belgische loonkosten gelijke tred houden met die in onze buurlanden (Duitsland, Frankrijk, Nederland). In het verleden gebeurde dat te weinig Sinds 1996 is de Belgische loonkostenhandicap opgelopen tot 5,2 procent. De loonevoluties in het buitenland werden vaak overschat en de overschrijdingen van de loonnorm achteraf amper of niet gecorrigeerd door de regering, ook al schrijft de wet dit voor.

Strenger

De nieuwe wet is er nog niet maar er doen wel al versies van de tekst de ronde. Die wijzen duidelijk op een verstrenging. Zo moet de loonhandicap met de referentielanden bij elke interprofessionele onderhandeling worden afgebouwd, tot de nul procent is bereikt. Tegen 2018 moet de handicap volledig verdwenen zijn.

Om dat doel te bereiken moet er bij vastleggen van de loonnorm niet alleen naar de toekomstige en verwachte loonevolutie worden gekeken, maar ook naar ontsporingen in de voorbije twee jaar. Als eind 2014 bijvoorbeeld zou blijken dat de loonkostenhandicap verder is opgelopen, dan moet de ontsporing meegeteld worden in het vastleggen van een nieuwe loonnorm. Voorts komen er tussentijdse correctiemechanismen.

Geen prioriteit

Maar de nieuwe wet dreigt om politieke redenen een moeilijke bevalling te worden. Voor de PS is het concurrentieprobleem eigenlijk geen prioriteit. Op basis van het recente expertsrapport dat de echte Belgische loonkosten berekende, stelt de PS dat de Belgische loonkostenhandicap bedraagt amper 0,5 procent. Er moeten immers miljarden aan loonsubsidies worden meegeteld.

De werkgevers en de liberalen beriepen zich dan weer op dezelfde studie om aan te tonen dat het loonkostenverschil met de buurlanden toch nog 16 procent bedraagt. Niet alle loonsubsidies kunnen zomaar worden meegeteld, was daar te horen.

Compenseren in de RSZ

Voor de PS blijft een stringente wet op de loonnorm sowieso moeilijk om slikken. Vandaar dat de Waalse socialisten er een voor hen cruciaal dossier aan koppelen: de evenwichtsdotatie in de sociale zekerheid. De Belgische sociale zekerheid is al jaren deficitair. De sociale bijdragen volstaan niet om de uitgaven te dekken. Vandaar dat er de voorbije jaren allerlei andere toelagen uit de algemene middelen naar de kassen van de sociale zekerheid worden doorgesluisd zoals de alternatieve financiering van de sociale zekerheid (11,6 miljard euro in 2013), naast allerlei bijzondere bijdragen en rijkstoelagen.

En er is sinds 2010 de zogenaamde evenwichtsdotatie. Dat is geld uit de algemene begroting die via een vestzak-broekzakoperatie bij de RSZ terecht komt. Voor Laurette Onkelinx en co heeft dit een grote symboolwaarde, want de PS wil aan de buitenwereld tonen dat de sociale zekerheid gezond is. Vandaag gaat het om 5,4 miljard euro, voor 2014 is in 6,1 miljard voorzien. Normaal valt dit bedrag in 2015 weg, wat betekent dat de volgende regering ofwel drastisch moet besparen in de sociale zekerheid, ofwel de evenwichtsdotatie moet verlengen. De PS wil die verlening tot 2018 al doorvoeren en koppelen aan de nieuwe loonwet.

Onze partners