Roeland Byl
Opinie

19/05/15 om 09:44 - Bijgewerkt om 09:43

'Gemeenten zijn geen busbedrijven'

Trends-redacteur Roeland Byl stelt zich enkele vragen bij het voorstel van Marino Keulen en Bart Somers (Open Vld) om de gemeenten als buschauffeur aan te stellen. "Wie de complexe mobiliteit rond onze steden wil sturen, heeft een supraregionale regisseur nodig", zegt de redacteur.

'Gemeenten zijn geen busbedrijven'

© belgaimage

Marino Keulen en Bart Somers (Open Vld), de burgemeesters van Lanaken en Mechelen, deden gisteren een voorstel in De Morgen om de gemeenten als buschauffeur aan te stellen. De redenering luidt: gemeenten weten beter waar bussen moeten rijden en waar de bewoners ze het meest nodig hebben. Daarom stellen beide liberalen voor om driekwart van de middelen van de vervoersmaatschappij aan de gemeenten te gunnen. Dat komt neer op een verschuiving van 750 miljoen euro. Interessant, maar of ze daarmee efficiënter openbaar vervoer weten te organiseren, is nog wat anders.

De timing van het voorstel is goed bekeken: net nu komt de discussie over de volgende beheersovereeenkomst van De Lijn op gang. Voor eind dit jaar moet dat nieuwe beheerscontract er liggen.

Delen

"Wie de complexe mobiliteit rond onze steden wil sturen, heeft een supraregionale regisseur nodig"

Het mag duidelijk zijn dat zowel Open Vld als N-VA de zaken voor de Vlaamse vervoersmaatschappij grondig willen veranderen. Ook Annick De Ridder (N-VA) benadrukte dat De Lijn de regie uit handen moet geven. Wie dan wel de regie moet voeren, is nog onduidelijk, maar het mag voor de N-VA-politica in elk geval niet het monopolistische, socialistische bastion van De Lijn zijn.

De vervoersmaatschappij haalt inderdaad niet de vooropgestelde doelstellingen. Maar dat zoiets wel het geval zou zijn als de gemeenten aan het stuur zitten, valt te betwijfelen. De tijd dat de Vlamingen zich enkel moesten verplaatsen rondom hun kerktoren, is allang voorbij. Wie de complexe mobiliteit rond onze steden wil sturen, heeft een supraregionale regisseur nodig.

De Lijn uit die rol zetten omdat ze een voormalig troetelkind van Steve Stevaert (sp.a) is, is geen argument. Want al lijkt het bedrijf misschien een stugge monopolist, bijna de helft van de buslijnen wordt wel uitgebaat door privémaatschappijen. De jongste jaren focust de besparingsoefening bij de vervoersmaatschappij net op het doorbreken van de provinciale machtsbastions en gaat ze op zoek naar synergie en schaalvoordelen.

Er is geen enkele reden om te geloven dat een reorganisatie in twintig gemeentelijke regio's die oefening zou vergemakkelijken. Dat de huidige vervoermaatschappij haar doelstellingen niet haalt, heeft veel meer te maken met die besparingsdruk dan met centralistisch wanbeleid. Wat overigens niet betekent dat er geen keuzes moeten worden gemaakt in het aanbod.

De macht en de centen overhevelen naar twintig gemeentelijke regio's dreigt voor het busvervoer de klok terug te draaien. Zonder een regisseur die de lijnen uitzet, staat het uniforme tariefsysteem op termijn ter discussie, wordt het nog moeilijker om rittenschema's op elkaar af te stemmen en komt de maatschappelijke opdracht van de vervoersmaatschappij hier en daar onvermijdelijk in het gedrang.

De kwestie van de betaalbaarheid van de mobiliteit speelt op elk niveau. Een buslijn uitbaten kost voor de gemeente evenveel als voor Vlaanderen. En tot nader order zitten de gemeenten niet meteen dik in de centen tegenwoordig.

Delen

"Gemeenten hebben niet de gewoonte om uit te blinken in doordachte ruimtelijke ordening"

Ten slotte: wanneer neemt iemand de bus? Als hij betaalbaar is en op tijd rijdt. De kostprijs laag houden betekent automatisch een lage kostendekkingsgraad en een voortdurende budgettaire evenwichtsoefening over de capaciteit en de investeringen. Anders gezegd: de kostendekking is maar één factor om te meten of De Lijn doet wat ze moet doen.

Iets anders zijn de stiptheidcijfers. Bussen die op tijd rijden, dat wil wel eens een fout lopen. Onder meer omdat gemeenten de nodige infrastructuurwerken voor de voorrangsbehandeling van het busverkeer niet altijd uitvoeren. Bovendien hebben gemeenten niet bepaald de gewoonte om uit te blinken in doordachte ruimtelijke ordening. En laat dat net een van de belangrijkste oorzaken zijn waardoor het verkeer - en dus ook het busverkeer - vastloopt. Misschien kunnen gemeenten alvorens ze de centen en de regie van het busvervoer claimen, proberen wat uit te blinken in de dingen waar ze nu al bevoegd over zijn.

Onze partners