"Faillissement van een eurolidstaat is onwaarschijnlijk"

24/03/11 om 10:59 - Bijgewerkt om 10:59

Bron: Trends

"Griekenland en Portugal zijn de meest waarschijnlijke kandidaten voor een faillissement binnen de eurozone, maar ik denk niet dat het zo ver komt. Het gevaar voor een domino-effect zou te groot zijn. De euro blijft overeind", zegt Christian Dreger, hoofd van de afdeling conjunctuurvooruitzichten bij de Duitse economische toponderzoeksinstelling Deutsches Institut für Wirtschaftsforschung (DIW).

"Faillissement van een eurolidstaat is onwaarschijnlijk"

© belga

Toch waarschuwt Dreger voor de eurozone als transferunie. De rijke lidstaten betalen dan aanhoudend voor de arme lidstaten. "Het is een slechte prikkel voor landen die schulden maken. Want op die manier blijven ze schulden maken. De eurolanden in moeilijkheden moeten dringen hun overheidsbegrotingen in orde brengen."

"De vraag is hoe Griekenland en Portugal hun concurrentiepositie kunnen verbeteren. Ze produceren weinig investeringsgoederen. Ze exporteren vooral consumptiegoederen, zoals voeding en textiel. Dat zijn heel prijsgevoelige producten. Een saneringsbeleid moet dus zeker gekoppeld worden aan loonmatiging."

Voor Duitsland is Dreger veel optimistischer. "De economische groei in Duitsland is indrukwekkend. We verwachten in 2011 een groei van 2,7 procent. Die groei zal wel vertragen door een daling van de groei in de westerse wereld. Maar er blijft de aanhoudende vraag in China en India. De trendgroei voor de lange termijn in Duitsland is 1,5 procent tot 1,7 procent per jaar."

"De Duitse loonmatiging de voorbije jaren was niet essentieel voor het concurrentiesucces. 40% van onze export bestaat uit investeringsgoederen. Dat zijn dure producten, niet prijselastisch. Duitsland vond nieuwe markten zoals Polen, het Midden-Oosten, China en India. Voor die nieuwe markten zijn lage lonen niet belangrijk."

Dreger wijst er nog op dat de privéconsumptie in Duitsland niet te laag is. Duitsland kreeg de voorbije maanden kritiek van de andere lidstaten over de zwakke binnenlandse vraag. Een grotere consumptie zou dan de concurrentiepositie van de andere Europese lidstaten kunnen verbeteren. "In 2001 bedroeg het aandeel van de binnenlandse consumptie 60 procent van het bnp. Vandaag is het 55%. Dat cijfer is het gemiddelde in de eurozone. Het zijn andere lidstaten die meer moeten consumeren."

Van onze verslaggever in Berlijn W.R.

Willen de Duitsers de euro nog wel?

Op de Europese top - vanaf donderdag 23 maart - staat de toekomst van de euro centraal. Vooral de positie van de grootste economie in de eurozone, Duitsland, staat centraal.

Willen de Duitsers de euro nog? Of gaan de Duitsers terug naar de D-Mark? Naar aanloop van de eurotop trok Trends naar Frankfurt (het economische machtscentrum) en Berlijn (het politieke machtscentrum) en sprak met leidinggevende economen, politici, en opiniemakers.

Lees meer over:

Onze partners