William Hauk
William Hauk
Hoogleraar Economie aan de University of South-Carolina
Opinie

09/03/18 om 16:40 - Bijgewerkt om 16:43

'De poging van Bush om een invoertarief op staal te bekomen moet een les zijn voor Trump'

De Amerikaanse president Trump oogst met zijn invoerheffing op staal kritiek vanuit zijn eigen partij en van bondgenoten. William Hauk, hoogleraar Economie aan de University of South-Carolina en expert in invoerheffingen, legt uit waarom heffingen politiek zo riskant zijn, en waarom Trump de gok toch waagt.

'De poging van Bush om een invoertarief op staal te bekomen moet een les zijn voor Trump'

Toenmalig Amerikaans president George W. Bush (links) probeert speels een stuk metaal te buigen met zijn handen naast Heath Krenz, een arbeider in de Fox Valley Metal-tech fabriek in Green Bay, Wisconsin, 10 augustus 2006. © Reuters

President Donald Trump heeft eindelijk zijn dreigement hard gemaakt om de invoer van buitenlands staal te beperken. Op 8 maart stelde hij een heffing in van 25 procent op staal en een taks van 10 procent op aluminium. Hoewel hij eerder had gesteld dat er geen uitzonderingen zouden zijn, beloofde Trump deze keer 'erg flexibel te zijn' en maakte hij meteen een uitzondering voor Mexico en Canada.

Delen

De poging van Bush om een invoertarief op staal te bekomen moet een les zijn voor Trump.

Trump hamerde er tijdens zijn campagne al op dat hij via zijn handelsbeleid productiebanen terug naar het land zou brengen. Die banen staan inderdaad al lang onder druk: in de jaren vijftig bijvoorbeeld telde de Amerikaanse staalsector nog 650.000 arbeiders, nu nog amper 140.000.

Mijn onderzoek focust op handelsbeleid en de factoren die politieke leiders aanzetten tot beperkingen zoals invoerheffingen. De laatste keer dat een president zoiets probeerde, biedt een verhelderende les - en een waarschuwing - voor het beleid van Trump.

De staalheffingen van Bush

Begin 2002 legde de toenmalige president George W. Bush een invoerbeperking tot 30 procent op voor staal, in een poging de eigen staalarbeiders te beschermen tegen goedkope invoer.

De heffingen waren zowel in binnen- als buitenland controversieel omdat ze weliswaar ten goede kwamen aan de staalproducenten maar erg negatief waren voor staalverbruikers, zoals de auto-industrie.

Bovendien werden ze als hypocriet ervaren omdat de Republikeinse regering tegelijk andere landen probeerde te overtuigen om hun handelspolitiek te liberaliseren en invoerheffingen te schrappen via de Doha-ronde van gesprekken binnen de Wereldhandelsorganisatie.

Verschuiving van rijkdom

Wat gebeurt er precies als een land invoerheffingen oplegt?

De heersende economische visie op handelsbeperkingen leert dat heffingen rijkdom verschuiven van de consumenten van een bepaald goed naar de producenten ervan.

Neem bijvoorbeeld een invoerheffing van 20 procent op rundsvlees. De binnenlandse producenten van vlees profiteren daarvan, omdat geïmporteerd vlees nu 20 procent duurder wordt. De binnenlandse producenten zullen dus meer biefstukken kunnen verkopen en hun prijs laten stijgen. Dat is slecht nieuws voor restaurants en voor de fans van biefstukken en hamburgers. Zij zullen moeten betalen voor dat duurdere vlees.

Die transfer van rijkdom is meestal economisch inefficiënt: de voordelen van een heffing voor de binnenlandse producenten wegen doorgaans niet op tegen de stijgende kosten voor de binnenlandse consumenten.

Een van de redenen waarom er wel nog wordt voor gekozen, is dat consumenten een zeer grote en diverse groep zijn. Hoewel ze collectief enorme sommen geld moeten ophoesten door een importheffing, is de kost per individu vaak relatief beperkt. Dat is de redenen waarom consumenten vaak succesvol zijn in hun verzet dan de hechtere groep producenten die gecoördineerd kan lobbyen voor zo'n heffing.

Het speciale geval staal

Staaltarieven volgen een specifieke logica. Dat komt omdat staal niet breed verspreid is over de economie, maar net erg geconcentreerd is in de bouw en auto-industrie, twee sectoren die zelf veel politieke invloed hebben.

Het gevolg daarvan is dat staalverbruikers zich veel sneller zullen verzetten tegen de hogere prijzen die het gevolg zijn van invoerheffingen.

In 2002 was het precies dat verzet dat de National Association of Manufacturers kon overtuigen om zich uit te spreken tegen de heffingen. Uiteindelijk oordeelde de Wereldhandelsorganisatie (WTO) dat het beleid illegaal was omdat het indruiste tegen eerdere handelsbeloften van de VS.

De regering-Bush trok de heffingen in december 2003 in, amper 21 maanden nadat ze waren ingevoerd, maar niet zonder kost. Uit cijfers van de Consuming Industries Trade Action Coalition bleek dat 200.000 arbeiders in de Amerikaanse industrie hun baan waren verloren als gevolg van de heffingen. Ter vergelijking: de Amerikaanse staalsector stelde 197.000 mensen tewerk op dat moment.

Waarom doet Trump het dan?

Zoals blijkt uit mijn onderzoek, zijn er altijd stemmen voor en tegen handelsbeperkingen, en die zijn op zich vaak niet sterk genoeg om de wetgeving te bepalen. Of dat gebeurt, hangt af van de mate waarin een belangengroep de steun kan winnen van machtige politieke broodheren.

Delen

Hoewel de impact van de staaltarieven op andere binnenlandse producenten zoals de bouw- en autosector waarschijnlijk erg zal zijn, is de grotere bezorgdheid dat ze kunnen leiden tot een handelsoorlog.

De staalsector heeft momenteel goede kaarten op dat vlak. Trump hamert er keer op keer op dat hij Amerikaanse productiebanen wil beschermen die bedreigd worden door buitenlandse concurrentie, en de Amerikaanse staalsector voldoet perfect aan dat beeld.

En, belangrijker: de staalproductie is geconcentreerd in de oude industriële staten in het Midwesten, zoals Pennsylvania en Ohio. Dat waren zogenaamde swing states in de laatste presidentsverkiezingen, waardoor de industrieën met veel arbeiders in die staten meer invloed kregen.

Dat is bijvoorbeeld ook het geval met de Amerikaanse suikerindustrie. Die is bijzonder goed beschermd, omdat ze verankerd is in Florida, een klassieke swing state.

Maar ondanks de politieke voordelen blijven invoerheffingen een grote gok voor Trump. Hoewel de impact van de staaltarieven op andere binnenlandse producenten zoals de bouw- en autosector waarschijnlijk erg zal zijn, is de grotere bezorgdheid dat ze kunnen leiden tot een handelsoorlog. Dat zou niet alleen negatieve consequenties hebben voor zowel de Amerikaanse consumenten als producenten, maar ook voor de economie als geheel.

Onze partners