Jozef Vangelder
Jozef Vangelder
Redacteur bij Trends
Opinie

17/03/15 om 11:11 - Bijgewerkt om 11:10

'De Brazilianen betalen de prijs van slecht beleid'

Een sterke economie begint met een verstandig beleid. Als het protest volhoudt, zullen de Braziliaanse politici uiteindelijk moeten bijdraaien. de democratie in Brazilië werkt, oordeelt Trends-redacteur Jozef Vangelder.

'De Brazilianen betalen de prijs van slecht beleid'

© politiek protest in Brazilië

Massaprotest kan aanstekelijk werken, zeker in Brazilië. In 2013 kwamen miljoenen Brazilianen op straat om te protesteren tegen het slechte onderwijs, de povere gezondheidszorg en de politieke corruptie. Sindsdien is het ongenoegen niet meer gaan liggen. Gisteren trok een miljoenenmassa door de straten van Sao Paulo en andere steden om het ontslag van president Dilma Rousseff te eisen. De Brazilianen pikken de economische stagnatie en het slechte bestuur niet langer. Het acute watertekort in veel deelstaten en het - zelfs naar Braziliaanse normen - ontzaglijke corruptieschandaal bij het staatsoliebedrijf Petrobras wakkeren de onvrede alleen maar aan.

Tijdens haar eerste ambtstermijn begon Rousseff duchtig met geld te strooien, om de effecten van de dalende grondstoffeninkomsten te verzachten. In de campagne voor haar herverkiezing in oktober vorig jaar hield ze nog vol dat er geen vuiltje aan de lucht was. Het land kende toch amper werkloosheid? De armen konden toch genieten van de Bolsa Familia en andere sociale uitkeringen?

Delen

'De Brazilianen betalen de prijs van slecht beleid'

Nauwelijks enkele maanden na haar herverkiezing beginnen de Brazilianen de schone schijn te doorzien. Het economische stimuleringsprogramma is uitgelopen op opverende inflatie en begrotingstekorten. De groei zakt en, erger nog, de investeringen zakken mee. De Braziliaanse munt, de real, zit op een twaalfjarig dieptepunt.

De Brazilianen krijgen nu de rekening gepresenteerd, in de vorm van een besparingsprogramma. De nieuwe minister van Financiën, de technocraat en voormalige bankier Joaquim Levy, wil dit jaar een primair begrotingsoverschot van 1,2 procent. De Braziliaanse overheidsschuld heeft net nog geen junkstatus, en de sanering van Levy moet het investeerdersvertrouwen opkrikken.

Dat wordt een dubbeltje op zijn kant. Als de belastinginkomsten tegenvallen door de stagnerende groei, kan het begrotingstekort net zo goed uitdiepen. Dat zou een nieuwe domper zetten op de kredietwaardigheid van het land, en het kan een speculatiegolf tegen de real op gang brengen, met alle gevolgen voor de intrestvoeten, die nu al verstikkend hoog zijn.

Het had allemaal zover niet hoeven te komen. De politici hadden de jaren van rijkelijke groei tijdens het vorige decennium moeten aangrijpen om structurele hervormingen door te voeren. De Braziliaanse economie is veel te afhankelijk van grondstoffen, en de industrie is afgeschermd van internationale concurrentie, met een lage productiviteit als gevolg. De bureaucratie is zwaar, de belastingen zijn een oerwoud. En vooral, goed onderwijs is enkel voor de happy few.

Een sterke economie begint met een verstandig beleid. Als het protest volhoudt, zullen de Braziliaanse politici uiteindelijk moeten bijdraaien. Dat is het grote onderscheid met andere sukkelende economieën uit de middengroep, zoals Rusland en Turkije: de democratie in Brazilië werkt. Hoe groter het protest, hoe groter de hoop.

Lees meer over:

Onze partners