'Belastingdruk kan enkel dalen als overheid minder uitgeeft'

13/02/13 om 11:15 - Bijgewerkt om 11:15

Bron: Trends

'Een lagere belastingdruk is in ons land enkel mogelijk als de overheidsuitgaven dalen. Op dat front boekt de regering Di Rupo veel te weinig vooruitgang.' Dat zegt Trends-adjunct-hoofdredacteur Daan Killemaes.

'Belastingdruk kan enkel dalen als overheid minder uitgeeft'

© Belga

De Amerikaanse president Barack Obama maakte in zijn State of the Union bekend dat hij de vennootschapsbelasting wil verlagen. Hij wil daarmee grote bedrijven terughalen uit het buitenland.

Ook in ons land is de vennootschapsbelasting een heet hangijzer. Grote, goed georganiseerde bedrijven betalen vaak geen of weinig belastingen, terwijl kleine en middelgrote ondernemingen veelal de volle pot betalen.

Kan ons land lering trekken uit de voorstellen van Obama, is onze economie gebaat met een hervorming van de fiscaliteit en heeft de overheid nog andere troeven in handen om de economie weer in een opwaartse spiraal te duwen?

Drie vragen aan Daan Killemaes, adjunct-hoofdredacteu van Trends.

De Amerikaanse president Barack Obama wil de vennootschapsbelasting verlagen om de economie een duw in de rug te geven. Zou de regering Di Rupo dat ook bij ons kunnen doen?

Daan Killemaes: Dat wordt moeilijk omdat er weinig tot geen budgettaire ruimte is om gelijk welke belastingen te verlagen, toch als de regering Di Rupo zich wil houden aan het met Europa afgesproken begrotingstraject.

President Obama zit trouwens in een nog groter budgettair carcan gevangen. De voorgestelde verlaging van de Amerikaanse vennootschapsbelasting zou dan ook gepaard gaan met het vergroten van de belastbare basis, en dit door fors te wieden in het kluwen van aftrekposten waarvan de Amerikaanse bedrijven genieten. De combinatie van een lager nominaal tarief en een hogere belastbare basis zou de Amerikaanse schatkist daarom wellicht weinig geld kosten.

De voorgestelde vereenvoudiging kan de vennootschapsbelasting wel een stuk transparanter en rechtvaardiger maken, en op die manier ondernemen en investeren aantrekkelijker maken. Maar meer nog dan bij een lagere of eenvoudiger vennootschapsbelasting hebben de ondernemingen, Amerikaanse en Belgische, vooral baat bij geloofwaardige overheidsfinanciën.

Een ontsporing van de overheidstekorten gaat op termijn gepaard met fors stijgende rentevoeten, wat ook de ondernemingen handenvol geld zal kosten. De vennootschapsbelasting moet daarom in een breder geheel geplaatst worden. Uiteindelijk is voor ondernemingen vooral de totale belastingdruk van tel, en daar scoort België heel zwak.

Een lagere totale belastingdruk is echter enkel mogelijk als de overheidsuitgaven dalen, maar op dat front boekt de regering Di Rupo veel te weinig vooruitgang. Trouwens, in de VS zal de beschikbaarheid van relatief goedkope energie (dankzij de olie- en schaliegasrevolutie) en de verzwakking van de dollar veel meer doen voor een her-industrialisatie dan een competitievere vennootschapsbelasting.

De Belgische fiscaliteit is gebaseerd op gunstmaatregelen zoals de notionele interest. Daardoor betalen grote bedrijven die megawinsten boeken, geen of heel weinig belastingen. Kleine en middelgrote ondernemingen betalen in regel wel de volle pot. Is dat model op de lange termijn economisch haalbaar?

Daan Killemaes: Een vereenvoudiging van de Belgische vennootschapsbelasting dringt zich op, maar toch moet de aanhoudende heisa over de notionele intrestaftrek en de ogenschijnlijke lage belastingen die een aantal multinationals betalen gerelativeerd worden. Zo is de notionele intrestaftrek uitgevonden omdat een aantal politieke partijen hun veto stelden tegen een verlaging van het in België vrij hoge nominale tarief in de vennootschapsbelasting.

De notionele intrestaftrek liet via een omweg toch toe om de fiscale druk op bedrijfswinsten te verlagen, ook voor de kmo's, en had als gunstig neveneffect dat de bedrijven hun eigen vermogen (en dus hun veerkracht in moeilijke economische tijden) versterkten. Dat heeft de Belgische economie de voorbije jaren stevig ondersteund. Ten tweede is de notionele intrestaftrek er ook gekomen als vervanging voor het bijzonder gunstige fiscale regime waarvan de coördinatiecentra (dat zijn de interne banken van multinationals) genoten.

Deze coördinatiecentra betalen daarom nog altijd nauwelijks belastingen, maar ze kosten ook niets aan de schatkist en ze zijn een extra troef om België te promoten als vestigingscentrum voor hoofdkwartieren van multinationals. België heeft dankzij zijn centrale ligging en als hoofdstad van Europa een comperatief voordeel als vestigingsplaats voor hoofdkwartieren, en dat levert ons een stevig overschot op onze dienstenbalans met het buitenland op. Dat zijn niet te versmaden inkomsten op een moment dat het tekort op de Belgische goederenbalans verder oploopt.

Tot slot betalen een aantal multinationals (zoals AB Inbev) hier weinig belastingen omdat ze genieten van het regime van definitief belaste inkomsten. Dat betekent dat de winsten van dochterbedrijven die al in het buitenland belast werden, geen tweede keer belast worden in België. Als dit wordt afgeschaft, verdwijnen nog meer bedrijven naar het buitenland.

Obama hoopt met de verlaging van de vennootschapsbelasting bedrijven als Caterpillar, Ford en Apple te overtuigen om opnieuw fabrieken in de Verenigde Staten te bouwen. Kan een gelijkaardige maatregel in een klein land als België hetzelfde effect hebben of moeten we naar een Europese fiscaliteit?

Daan Killemaes: Ierland bewijst al jaren dat er met een (heel) lage vennootschapsbelasting een pak bedrijven en investeringen kunnen aangetrokken worden. Deze Ierse handelswijze botst echter op groot onbegrip bij andere Europese landen, in zoverre dat een aantal landen de afschaffing van dit beleid eisten vooraleer Ierland op Europese steun zou kunnen rekenen in volle eurocrisis.

Ierland kon echter deze boot afhouden, en weet zich nu relatief snel uit de crisis te hijsen. België of andere landen zouden het Ierse voorbeeld kunnen volgen om buitenlandse investeerders en fabrieken aan te trekken, maar als alle landen dit doen, dan verdwijnt natuurlijk het relatieve voordeel natuurlijk. Nogal wat landen zijn daarom bang voor deze "race to the bottom" in de vennootschapsbelasting, die op termijn de schatkist alleen maar geld kan kosten.

Een geharmoniseerde Europese fiscaliteit zou deze schadelijke concurrentieslag voorkomen, maar dergelijk beleid ruikt ook naar kartelvorming van de overheden. Een minimale vorm van concurrentie, ook op fiscaal vlak, kan nooit kwaad om de overheden te dwingen tot een goed beleid. Van groter belang is om de echte uitwassen en groteske fiscale achterpoortjes, van het type postbusvennootschappen op de Kaaimaneilanden, aan te pakken. Dit vergt echter een globale aanpak waarvan nog niet veel in huis is gekomen. (EE)

Onze partners