Overnamemarkt voor kmo's klaart op

29/01/14 om 08:54 - Bijgewerkt om 08:54

Bron: Trends

De handel in kmo's herleeft. De belangstelling van zowel kopers als verkopers stijgt, en de prijzen komen uit een crisisdip.

Overnamemarkt voor kmo's klaart op

© ThinkStock

De handel in kmo's herleeft. De belangstelling van zowel kopers als verkopers stijgt, en de prijzen komen uit een crisisdip. Dat blijkt uit een enquête van de Vlerick Business School.
De appetijt is terug, en het geld ook. Het kmo-segment van de Belgische overnamemarkt staat er goed voor. Dat stelt het PEBO vast, het kenniscentrum van Vlerick Business School rond buy-outs of schuldgefinancierde overnames. Het PEBO ondervroeg 175 spelers op die markt in België, zoals bankiers, advocaten en private-equityspelers.

Twee derde van hen verwacht dat de verkopers van kmo's dit jaar betere zaken zullen doen, 70 procent ziet ook het klimaat voor de kopers opklaren. Het PEBO wil de enquête jaarlijks hernemen en de resultaten bundelen in de Entrepreneurial Buyout Monitor. Bedoeling is de trends op de overnamemarkt voor kmo's in kaart te brengen.

Na de crisis zitten de overnameprijzen opnieuw op een normaal niveau, wijst de eerste aflevering van de Monitor uit. De waardering van de kmo's haalt gemiddeld 5 keer de operationele cashflow, de zogenoemde multiple. Voor de crisis golden multiples van 6 tot 7.

Al zijn de prijzen gematigd, de kopers moeten meer uit eigen zak betalen. Het aandeel van de schuldfinanciering is flink gezakt sinds het begin van de crisis. Vandaag bestaat het overnamebedrag voor gemiddeld 35,45 procent uit eigen middelen, tegenover zowat 25 procent voor de crisis.

Zakkende rendementseisen

Banken eisen ook een grotere terugbetalingscapaciteit. De verhouding tussen de schuld en de operationele cashflow zit op een gemiddelde van 3,1, aldus de Monitor. "Voor de crisis was dat gemiddeld 4 tot 5", zegt Hans Vanoorbeek van het private-equitybedrijf BV Capital Partners, een medeoprichter van het PEBO.
Opmerkelijk is hoe de kopers hun rendementseisen de voorbije decennia hebben laten zakken. De sector richt zich op het zogenoemde interne rendement, dat niet alleen de opbrengst van het geïnvesteerde bedrag bekijkt, maar ook de tijd die nodig is om die opbrengst te realiseren. "Midden jaren negentig verwachtte de overnemer een intern rendement 25 tot 30 procent", zegt Vanoorbeek. "Vandaag schommelt het tussen 10 en 15 procent."

Onze partners