De belastingkronkels van het ACW

14/02/13 om 11:32 - Bijgewerkt om 11:32

Bron: Trends

De winstbewijzen van het ACW in Belfius Bank brachten over de periode 2003-11 ruim 100 miljoen euro aan dividenden op. Via een doordachte fiscale constructie kon het ACW de belastingen op de ontvangen dividenden beperken tot 58 000 euro. Een reconstructie.

De belastingkronkels van het ACW

© Belga

De saga van de winstbewijzen van het ACW in Belfius Bank stond de jongste weken volop in de actualiteit. Het ACW en haar Waalse evenknie MOC kwamen immers tot een deal met staatsbank Belfius waarbij deze laatste de winstbewijzen voor 110 miljoen euro afkoopt. Naast deze verkoop brachten de winstbewijzen over de periode 2003-11 reeds ruim 100 miljoen euro aan dividenden op. Via een doordachte fiscale constructie kon het ACW de belastingen op de ontvangen dividenden beperken tot ... 58 000 euro. Een gewone vzw of een individu zou op een dergelijke dividendenstroom 25 miljoen euro aan roerende voorheffing betaald hebben. Bovendien rijst de vraag of een gedeelte van de belastingvermindering, namelijk a rato van 6,9 miljoen, niet onrechtmatig verworven werd. Een reconstructie. Op 19 december 2000 wordt door de christelijke werknemerszuil ACW de CVBA Sociaal Engagement opgericht. CVBA staat voor coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (en met een sociaal oogmerk, aldus de notariële acte). ACW zelf bezit als feitelijke vereniging 6198 van de 6200 aandelen van Sociaal Engagement. De twee overige aandelen komen in handen van Jan Renders, van 2002 tot 2010 de voorzitter van het ACW en Marc Vandenberghe, een trouwe dienaar van de ACW-idealen.

De CVBA Sociaal Engagement krijgt, volkomen parallel met de moedervereniging, als gevleugelde doelstelling mee "een samenleving te realiseren waarin iedereen, solidair en gelijkwaardig, kan genieten van de fundamentele politieke, sociale, economische en culturele rechten, te streven naar een emancipatie van de werknemersbevolking en bijzondere aandacht te schenken aan de zwaksten en de meest achtergestelden in de samenleving". Net als het ACW wordt ook Sociaal Engagement gehuisvest op het adres Haachtsesteenweg 579, 1030 Brussel.

Twee dagen later, namelijk op 21 december 2000, wordt voor dezelfde notaris, nl. de in Brussel gevestigde Eric Spruyt, het proces-verbaal verleden van de buitengewone algemene vergadering van een andere CVBA, namelijk BACOB. De origine van BACOB gaat terug tot 1924 toen binnen de christelijke werknemersbeweging de BAC (Belgische Arbeiderscoöperatie) wordt opgericht. BAC/BACOB doorloopt dan een aantal wijzigingen die er uiteindelijk toe leiden dat BACOB zowel als de ACW-verzekeringsgroep DVV in 1997 ondergebracht worden bij de Artesia Banking Group, grotendeels in handen van die andere ACW-maatschappij Arcofin.

De vijfde beslissing genomen op de buitengewone algemene vergadering van BACOB luidt dat per 31 december 2000 wordt overgegaan tot de creatie van 300 000 winstbewijzen "ten voordele van het ACW, de koepel van de christelijke werkgeversorganisatie / MOC (Mouvement Ouvrier Chrétien)". Deze uitgifte gebeurt "ter vergoeding voor de positieve winstbijdrage van de houders van de winstbewijzen". Nog steeds volgens die vijfde beslissing van de buitengewone algemene vergadering van BACOB "geven de winstbewijzen recht op een preferent dividend ... Het totale dividend per boekjaar dat aan alle winstbewijzen gezamenlijk kan toegekend worden kan nooit hoger zijn dan 40% van de beschikbare nettowinst ...".

Binnen de ACW-koepel wordt vervolgens beslist om de winstbewijzen in BACOB onder te brengen bij de CVBA Sociaal Engagement die dus twee dagen voor de uitgifte van de winstbewijzen was opgericht. Het gaat dan om 264 000 winstbewijzen, de overige 36 000 zitten bij de Waalse broeders van het MOC die trouwens een parallelle CVBA met als naam Mouvement Social oprichten. Aan deze winstbewijzen wordt in de balans van de CVBA Sociaal Engagement geen waarde toegekend. In alle volgende gepubliceerde jaarverslagen wordt telkens expliciet opgenomen dat de winstbewijzen "geen aanschaffingswaarde hebben ... niet verkocht kunnen worden ... en evenmin een verkoopwaarde hebben". Het zijn nota bene deze winstbewijzen die Belfius als staatsbank eind januari heeft ingekocht voor het ronde bedrag van 110 miljoen euro, waarvan 97 miljoen euro voor Sociaal Engagement en een 13 miljoen euro voor de Waalse tegenhanger Mouvement Social.

In de loop van 2002 fuseert de BACOB-Artesia-groep met Dexia. De winstbewijzen horend aan CVBA Sociaal Engagement worden vernieuwd en geven nu recht op een preferent dividend van Dexia Bank België. Tussen 2003 en 2011 ontvangt Sociaal Engagement alzo voor, afgerond, 102 miljoen euro aan dividenden, voornamelijk van Dexia Bank België (in veel mindere mate ook van DVV Verzekeringen). Als CVBA kan Sociaal Engagement alvast de roerende voorheffing verschuldigd op de uitgekeerde dividenden verrekenen in de vennootschapsbelasting. Dit levert op zich reeds een belangrijk belastingvoordeel op maar het regime van de DBI (definitief belaste inkomsten) biedt mogelijkheden tot een nog lagere belastingdruk. De DBI is in het leven geroepen om in bepaalde gevallen dubbele belasting van vennootschapswinsten te voorkomen. De DBI-aftrek voorziet dat men 95% van het bedrag aan ontvangen dividenden mag aftrekken van de belastbare basis van de vennootschap die de dividenden ontvangt.

Aan het gebruik van de DBI-aftrek zijn echter wettelijke voorwaarden verbonden. De vennootschap die de DBI-aftrek wil toepassen, moet aan één van de twee volgende voorwaarden voldoen. Ofwel moet zij aandelen aanhouden van de uitkerende vennootschap met een aanschaffingswaarde van minstens 1,2 miljoen euro (ondertussen opgetrokken naar 2,5 miljoen euro), ofwel moeten die aandelen minstens 10% van het kapitaal of van de stemrechten vertegenwoordigen.

Aangezien de winstbewijzen die Sociaal Engagement bezit naar eigen zeggen "geen aanschaffingswaarde of verkoopwaarde" hebben en evenmin kapitaal of stemrechten vertegenwoordigen, kunnen deze niet in aanmerking worden genomen voor de drempel van 1,2 miljoen euro, evenmin voor de drempel van 10%. Teneinde toch voor DBI-aftrek in aanmerking te komen, koopt Sociaal Engagement, zo staat expliciet te lezen in het jaarverslag over 2004, in de loop van 2003 106 000 aandelen Dexia NV (de holding) met een aanschaffingswaarde van 1 240 391 euro, dus net boven de fiscale minimumdrempel van 1,2 miljoen euro. Aan de eerste van de twee hierboven vermelde voorwaarden lijkt alzo voldaan en het vermeende recht op DBI-aftrek levert over de periode 2003-11 aan Sociaal Engagement een extra fiscaal voordeel op van afgerond 6,9 miljoen euro (zie bijgaande tabel).

Het gevolg is dat Sociaal Engagement door de net beschreven set-up een fiscaal bijzonder "interessant" vehikel geworden is. De cijfers over de periode 2003-11 illustreren dit treffend (zie bijgaande tabel). De ruim 102 miljoen euro aan ontvangen dividenden gebruikt Sociaal Engagement voornamelijk om de lonen van ACW-personeelsleden te betalen (namelijk a rato van 8,2 miljoen euro in het boekjaar 2011 alleen). Na aftrek van onder meer deze personeelslasten blijft er uiteindelijk, voor het geheel van de periode 2003-11, een belastbare basis van afgerond 20 miljoen euro over waarop de dochtervennootschap van het ACW ... 58 017 euro aan vennootschapsbelasting betaalt. De gemiddelde belastingdruk waaraan Sociaal Engagement onderhevig is over het geheel van die negen jaar beloopt alzo minder dan 0,3%. De inhaligheid waarvan bepaalde grote multinationals de jongste maanden hieromtrent in het nieuws beschuldigd werden, verbleekt bij deze fiscale spitsvondigheid vanwege het ACW.

Maar met dit alles is de kous nog niet af want bij nader toezien blijkt Sociaal Engagement volgens de bestaande wetgeving en rechtsleer daarrond geen recht te hebben op de DBI-aftrek. De participatie van iets meer dan 1,2 miljoen euro die Sociaal Engagement nam is immers in Dexia NV, de holdingmaatschappij, en niet in Belfius NV of voorheen Dexia Bank België NV. Met andere woorden, Sociaal Engagement kan zich enkel op DBI-aftrek beroepen voor de bescheiden dividenden die ze van de holding Dexia NV verkrijgt, maar niet voor de royale dividenduitkeringen van meer dan 100 miljoen euro die ze op basis van de winstbewijzen in Dexia Bank België NV krijgt. Misleidend is eveneens dat het jaarverslag van CVBA Sociaal Engagement ieder jaar een participatie van 82% in Dexia Bank België vermeldt en daardoor de indruk wekt aan de 10% participatiedrempel voor de DBI-aftrek ruimschoots voldaan zou zijn.

Het argument dat Dexia NV de moedermaatschappij is van Dexia Bank België doet hier totaal niet terzake. Zoals reeds aangegeven zijn de huidige wetgeving en rechtsleer in dit verband ondubbelzinnig. Om van de DBI-aftrek te kunnen genieten moet het om een rechtstreekse relatie gaan en niet één via een moederholding.

De conclusie van deze saga is dubbel. Ten eerste poogde het ACW duidelijk heel intentioneel tot een constructie te komen waarbij via een handig gebruik van het mechanisme van de DBI-aftrek nagenoeg volledig ontkomen werd aan het betalen van belastingen op de dividenden uitgekeerd op de winstbewijzen. De vraag rijst hier welk moreel recht het ACW, en dus ook het ACV, nog heeft om van leer te trekken tegen ondernemingen die aan fiscale optimalisatie doen. Bovendien beging het ACW een kapitale fout door in de jaarrekening van Sociaal Engagement op verschillende manieren de schijn te wekken dat de voorwaarden voor de DBI-aftrek vervuld zouden zijn. De vraag rijst dus zeer nadrukkelijk of dit alles nog te vatten is onder de noemer van de belastingontwijking.

Aan het ACW werd in het kader van bovengaande analyse de volgende vraag voorgelegd (per mail en met telefonische bevestiging): "De CVBA Sociaal Engagement (nagenoeg 100% dochter van ACW) ontving over de periode 2003-11 in totaal voor afgerond 102 miljoen dividenden. Over dezelfde periode werd in totaal voor afgerond 58 000 euro aan vennootschapsbelasting betaald. Kan u mij toelichten hoe dergelijk laag belastingpercentage tot stand kwam?". Ondanks herhaaldelijk aandringen, per mail en per telefoon, kwam daar nog geen antwoord op.

Sociaal Engagement (in euro)

JaarOntvangen dividenden op winstbewijzenBelastbare winstBetaalde vennootschapsbelastingVerschuldigde vennootschapsbelasting zonder DBI-aftrek200310.268.000,001.412.000,0016.000,00479.938,80200410.684.000,002.501.000,0017.000,00850.089,90200511.004.313,002.934.772,0016.922,00997.529,00200611.592.274,002.999.889,008.095,001.019.662,27200711.914.537,003.148.282,000,001.070.101,05200812.023.776,002.177.567,000,00740.155,0220095.690.338,00-4.164.825,000,000,00201012.053.726,002.781.776,000,000,00201117.057.694,006.548.108,000,001.755.603,55Totaal102.288.658,0020.338.569,0058.017,006.913.079,60

Onze partners