Bert Mons (Agoria): 'De index is dodelijk'

26/09/12 om 09:57 - Bijgewerkt om 09:57

Bron: Trends

Bert Mons van de cel automobiel van Agoria begrijpt het defaitisme over de Belgische auto-industrie niet. Maar de loonkosten blijven volgens hem wel een structureel probleem.

Bert Mons (Agoria): 'De index is dodelijk'

© reuters

Bert Mons van de cel automobiel van Agoria begrijpt het defaitisme over de Belgische auto-industrie niet. "We moeten de assemblage in België behouden, om ons land beter en attractiever te positioneren als belangrijke speler in de internationale autosector."

Het was nagelbijten, maar de hoofdzetel van Ford in Detroit kondigde vorige week dan toch aan dat Ford Genk vanaf oktober volgend jaar de nieuwe Mondeo mag bouwen. Daarvoor deden geruchten de ronde dat het concern Ford Genk zou willen sluiten. Er kwam nog meer goed nieuws: de autofabriek van Ford in Genk zou vanaf 2014 ook de nieuwe S-Max en de Galaxy kunnen produceren.

Trends sprak naar aanleiding van deze beslissing met Bert Mons, hoofd van de cel automobiel bij de technologievereniging Agoria, en een vurige verdediger van het behoud van de voertuigenindustrie in België.

De indruk leeft dat België zijn autoassemblage enkel overeind houdt via grootschalige subsidies?

Bert Mons: "Het bodemloze vat van de subsidies. Wat een slogan! Tegenover elke subsidie staat een veelvoud aan eigen investeringen door de onderneming. De voertuigenindustrie zal dit jaar 593 miljoen euro investeren in België."

En toch klaagt de Belgische industrie steen en been over de hoge Belgische brutolonen.

Bert Mons: "De autoassemblage geniet een speciale fiscaal voordeel voor ploegen- en nachtarbeid. Dat helpt. In vergelijking met Duitsland liggen de Belgische lonen 5 procent lager."

Maar dat loonverschil wordt kleiner. Vooral de index werkt remmend.

Bert Mons: "De loonkosten blijven een structureel probleem. De index is dodelijk. We kunnen dat systeem onmogelijk verkopen aan de buitenlandse moederhuizen van de autoproducenten. Maar ook andere kosten wegen zwaar door voor een productiebedrijf, zoals lokale belastingen."

Loonkosten zijn één zaak. Maar het vinden van technisch geschoolde mensen is misschien een nog veel groter probleem.

Bert Mons: "Agoria heeft sinds enkele jaren een technologiebarometer. Die meet aan het begin van het academiejaar hoeveel studenten in het hoger onderwijs kiezen voor een technische opleiding als ingenieur of informaticus. De minimale drempel opdat er voldoende technologisch talent instroomt in de industrie, bedraagt 8000 studenten. We halen dat peil niet. We komen dit academiejaar uit op 7091 technologiestudenten, slechts een lichte stijging tegenover vorig jaar."

Bij Audi Vorst vinden ze het technisch onderwijs in België veel te theoretisch. Ze organiseren nu hun eigen opleidingen, samen met scholen.

Bert Mons: "In Ingolstadt, de Duitse hoofdzetel van Audi, begrijpen ze echt niet hoe het kan dat Audi in Brussel werknemers moet zoeken. In Ingolstadt staat een overschot aan kandidaten voor de poort te trappelen. De onderneming straalt een ongelooflijke dynamiek uit. In Duitsland heeft een technische scholing een heel volwaardig imago, in tegenstelling tot België. We moeten jongeren van kindsbeen af aan onderdompelen in dat bad van industrie en technologie." (W.R.)

Lees meer over:

Onze partners