03/02/11 om 18:45 - Bijgewerkt om 18:45

Abdicatie

De manier waarop de beleidsverantwoordelijken in dit land hun opdracht opnemen, neemt onwezenlijke vormen aan.

De federale regeringsvorming raakt geen centimeter vooruit. Alles staat in het teken van strategische spelletjes over het eigenbelang van individuen op de korte termijn. De Franstaligen doen hoe langer hoe krampachtiger pogingen om de N-VA en Bart De Wever met alle zonden van Israël te beladen. Maar langs Franstalige kant is de abdicatie voor de verantwoordelijkheid net het meest uitgesproken.

Ook de sociale partners weten het niet goed meer. Het interprofessioneel akkoord (IPA) is geen goed akkoord omdat er te weinig instaat om tot een herstel van het concurrentievermogen van onze economie te komen. De index wordt onverkort behouden voor 2011-12 en in dat laatste jaar is een kleine reële loonsverhoging toegelaten. Maar de vakbonden vinden dat niet genoeg, de koopkracht moet hoger. Met andere woorden: de vakbonden willen per se meer werklozen.

Onze inflatie zit vandaag op 3,1 procent, een vol percentpunt boven het gemiddelde van de eurozone en nog meer boven de Duitse inflatie. Alleen al het indexmechanisme laat onze relatieve loonkosten - die al minstens 10 procent uit koers zitten - nog meer in ons nadeel evolueren. Wie er ooit aan twijfelde dat de vakorganisaties opkomen voor het kortetermijnbelang van de werkenden en zich nauwelijks iets gelegen laten aan de kansen voor de jobzoekenden, mag die twijfels nu definitief opbergen.

Doelloos in het rond tollende politici en vakbonden die hun verantwoordelijkheid niet nemen, het is sowieso niet prettig. Vandaag krijgt het allemaal een extra hallucinante tint. Hoewel het IMF, net zoals andere conjunctuurvoorspellers, onlangs zijn groeiverwachting voor 2011 optrok, blijft het dansen op een erg slappe koord. De verwachte groei van de wereldeconomie situeert zich voor dit jaar op 4,4 procent, 0,2 procentpunt hoger dan wat het IMF in oktober 2010 verwachtte. De sterkste toename van de groeiverwachting doet zich voor in de VS en in Brazilië.

Het valt op dat het IMF de groeiverwachting voor de hele eurozone op 1,5 procent houdt ondanks een verhoging van de groei in Duitsland van de eerdere 2 procent naar 2,2 procent. De rest van de eurozone kwakkelt en dat is met de blijvende commotie over de toekomst van de muntunie en de bijhorende grote onzekerheid niet echt verwonderlijk.

Vanuit de onzekerheidshoek komt er, naast nieuwe perikelen over de euro, nog veel meer op ons bord. Twee evoluties treden op de voorgrond. De gebeurtenissen in het Midden-Oosten volgen elkaar nu snel op. Egypte is veel méér dan Tunesië een cruciaal land. Als Moebarak valt, voelt - zacht uitgedrukt - geen enkele van de vele Arabische dictators zich nog op zijn gemak.

De regio lijkt op weg naar nog grotere instabiliteit dan we als vrij normaal voor dat gebied zijn gaan beschouwen. Een nog onstabieler Midden-Oosten drijft ook de olieprijs fors op, ook al wordt er niet één schot gelost. Gaat die olieprijs echt voor wat langere tijd door de grens van de 100 dollar per vat, dan kunnen de bollebozen van het IMF hun groeiverwachtingen onmiddellijk weer neerwaarts herschrijven.

Een tweede bron van onzekerheid borrelt op vanuit de monetaire wereld. De inflatie zit onmiskenbaar in de lift in Europa en VS, maar ook in de opkomende landen. China zit op 5 procent inflatie en India zelfs op 8 procent.

Trekken de centrale bankiers hun beleidsrentevoeten op? Zo ja, met welke snelheid? Wat is daarvan de impact op het economische herstel en, meer nog, op de nog altijd precaire stabiliteit van vooral de Europese banken? Of opteren de centrale bankiers in een onuitgesproken strategie om een stuk inflatie toe te laten in de hoop de reële omvang van de alom aanwezige schuldenbergen wat te verkleinen?

Een klaar en duidelijk antwoord op deze vragen is onmogelijk. Vandaar de grote onzekerheid. Een goede huisvader zorgt er in deze omstandigheden voor dat hij zich klaarmaakt om de onvermijdelijke schokken zo goed mogelijk op te vangen. Onze bewindslui zijn met van alles en nog wat aan de slag. Behalve met ernstige beleidsplanning in een broeierig onzekere omgeving.

Onze partners